Radio Victoria (3): het lijken wel Belgen.

H. De Vries Boeken te Haarlem is wellicht de mooiste boekhandel waar ik tot op heden met Radio Victoria passeerde. Een doolhof van kleinere en grotere ruimtes die uit verschillende tijdperken leken te dateren, volgestouwd met boeken, en met liefde – dat kon je zien. Ik voelde me een beetje misplaatst, alsof ik zo’n dame was uit de supermarkt die je een dienblad met blokjes kaas of de nieuwste borrelhap voorhoudt maar dan eentje die ze per vergissing in een museum hadden neer gezet. Ook de Haarlemmers leken zo naar mij te kijken, want het was moeilijk om oogcontact te maken en heel wat mensen hadden meteen ‘geen tijd’ wanneer ik ze nog maar vriendelijk groette. Het lijken wel Belgen, dacht ik. Maar wat wilde ik dan? Met rechts van mij een manshoge stapel James Salter, die rechtstreeks naar een enorme kinderboekenruimte leidde, achter mij de reisboeken en links van mij de koffietafel die wees in de richting van de Grote Literatuur in een andere hoek van de winkel?
Dus probeerde ik mij met gepaste bescheidenheid op te stellen en wachtte geduldig en lijdzaam op mijn kans. Na anderhalf uur kwam Daan naar me toe. Ooit was hij de boekverkoper van het jaar. Hij zei: ‘Zo wat kan jij je boek goed verkopen zeg.’ Ik keek verbaasd op. Maar verdomd, hij had gelijk, want tussen al die beleefde weigeringen en schuchtere omtrekkende bewegingen door bleek ik ook heel wat fijne mensen te hebben gesproken en door een bizarre eindsprint, had ik zomaar mijn eigen verkooprecord gebroken. Zo kan het dus ook. Al blijft de conclusie dat er op het gedrag van de (potentiële) lezer in de boekhandel geen peil te trekken valt behalve dan: ze houden bijna allemaal van een goed verhaal, en van taal. Tenminste, toch wie de tijd heeft om mij in de ogen te durven kijken.
Aanstaande zaterdag ben ik vanaf 13h bij Nawijn & Polak in Apeldoorn. Daarna rij ik door naar Enschede waar ik vanaf 15h Broekhuis bezoek. Ik lijk verdorie Sinterklaas wel.

De Limburger, De Zondvloed, GDMW.

Gisteren in Dagblad De Limburger: 4 sterren voor Dieven van vuur, 'een met vurige pen geschreven roman over geluk pakken en er net niet bij kunnen.' Prima.

Morgen, donderdag 22 mei, ben ik vanaf 20h in Boekhandel De Zondvloed te Mechelen, samen met Marc Reugebrink. We hebben het over Belgen in Nederland en vice versa, maar vooral uiteraard onze beider recente romans. Kom langs!

En zaterdag ben ik tussen 14h en 16h in boekhandel H. De Vries te Haarlem met Radio Victoria. 's Avonds trek ik naar de Verkadefabriek in Den Bosch voor het Geen Daden Maar Woorden Festival waar ik om 21.10h optreed in de Clubzaal. Gezellig.

Radio Victoria (2): iedereen gelooft mij.

Het was rustig in De Nieuwe Boekhandel en buiten scheen de zon. Ik zag mensen langs de etalage lopen met zonnebrillen en picknicktassen. Ik keek naar de banner waarop mijn hoofd intimiderend groot prijkte. Een foto genomen in de winter – dat kon iedereen zien.
Dan, plots, stonden ze met zijn tienen in de winkel. Monique bleek iedereen te kennen. De klanten kozen snel en efficiënt, sommigen liepen rechtstreeks naar de kassa omdat ze al wisten wat ze wilden. Maar ze vergisten zich, uiteraard. Dan waren ze plots weer weg en stond ik weer alleen in de winkel. En tien minuten later kwam er weer een nieuwe golf binnen. Alsof ze het afgesproken hadden. Wellicht hadden ze dat ook, zodat er maar eentje met mij hoefde te praten en de rest rustig kon rond snuisteren. Maar toch scoorde ik een ongekend hoog verkooppercentage. Die ene van de tien die met mij moest praten was bijna iedere keer de sigaar. Nu ja. Het is natuurlijk wel een prima roman hé mensen, laat je niks wijs maken.
Maar wie zijn mijn lezers? Dat vroeg ik me een paar uur later af toen ik in de Linnaeus Boekhandel stond. In Nijmegen en in Amsterdam West meende ik een patroon te herkennen van aardige vrouwen van middelbare leeftijd maar nu, in Amsterdam Oost, kreeg ik plots te maken met jonge vaders met kinderwagens. Ook gek: in Linnaeus was het doorlopend druk in de winkel, maar mijn verkooppercentage lag veel lager dan in West; ik verkocht er precies evenveel boeken. Wel was er bier en broodjes met tapenade. Tussendoor smeerde ik ook nog iemand een bundel van Alice Munro aan en even later beweerde ik – staande naast een levensgrote toren Geachte Heer M.’s – ijskoud dat ze de nieuwe Koch ‘niet op voorraad’ hadden. Iedereen geloofde mij. Dat is wellicht de meest beangstigende vaststelling van die boekhandeltour tot nu toe: iedereen gelooft mij steeds maar.

De Genadeklap.

Afgelopen vrijdag stond Waumans & Victoria's Groot Internationaal Literair Variété Spektakel in de Brakke Grond te Amsterdam. Het was een feest, met Herman Koch, Stijn Vranken, Broeder Dieleman, Thomas Heerma van Voss en Henk van Straten. Dit is de column die ik die avond voorlas, over de laatste nachten voordat Dieven van vuur verscheen terwijl Rob Waumans de bloemetjes buiten zette op Bali.

Terwijl Rob Waumans de afgelopen maand goede sier maakte in Bali, kwam hier, in de werkelijkheid, mijn nieuwe roman uit.
De laatste paar nachten voordat het boek verscheen, sliep ik slecht. Heel slecht. Slapeloze nachten, starend naar het plafond, ijsberend door de woonkamer met een glas whisky en een jointje, of porno kijkend op dat ene open kanaal in het zenderpakket, u weet wel, het kanaal waarop ze niet laten zien waar het om gaat – show don’t tell, het is een goeie tip voor wie schrijft, maar misschien nog wel een betere voor wie porno maakt. We dwalen af.
Slapeloos door het huis dwalend dus, nadenkend over die ene plotwending die er net niet soepel uit was gekomen, die ene zin die niet lekker liep, wat zeg ik, de talloze zinnen die niet lekker liepen, die uitleggerig waren, die juist niks showden maar heel veel tellden, domme dingen vooral, onuitstaanbare pseudo-intellectuele filosofietjes, zinnen volgestouwd met pretentieuze metaforen en onnodige, onzuivere verwijzingen naar losse eindjes waarvoor ik te lui was geweest om ze aan een ander al even waardeloos eindje vast te knopen en waar mijn redacteur overheen had gekeken. Wat voor redacteur was dat eigenlijk zeg? Sterker nog hoeveel mensen van de uitgeverij hadden dat boek wel niet gelezen, en allemaal enthousiast doen en mij prijzen dat ik toch ‘weer een stap had gemaakt’. Een stelletje onbekwame, hijgerige honden, dat waren ze, zelfs een ongeletterde debiel zou kunnen zien dat er van dat hele boek niéts klopte, en ondertussen Rob Waumans de grote Jan uithangen in zijn subtropisch paradijsje en dat deed hij weliswaar niet van uw of mijn belastinggeld maar zo voélde het wel, plotseling, ja dat was misschien nog wel het ergst van al, en nog erger was natuurlijk dat ik dit alles pas besefte nadat het onding al naar de drukker was. Kortom. Het was maar goed dat dat boek uiteindelijk ook echt verscheen.
Daarna volgden een paar nachten gedurende dewelke ik diep en droomloos sliep en gesterkt door deze rust, kwam ik ook langzaam weer tot mijn zinnen én het inzicht dat het boek inderdaad toch – zoals ik het hele schrijfproces lang had voorzien – briljant was. Dat gaf veel rust.
Meteen daarna kwam de eerste lezersreactie, van een vriend die enorm naar dat boek had uitgekeken. Hij had het op de dag van verschijnen gekocht en was er meteen in beginnen lezen, dat had hij me nog gesms't. Nu mailde hij mij over iets volslagen anders, iets onbelangrijk, waarover hij merkwaardig lang uitweidde waarna hij besloot met: ‘O ja, ik heb je boek met plezier gelezen. Groetjes.’
Er zijn weinig dingen waar een schrijver bang voor is maar ‘ik heb het met plezier gelezen, groetjes’ is er een van, geloof mij, en het zou me niks verbazen wanneer Letterkundigen in de verre toekomst terugblikken op mijn ooit zo beloftevol gestarte schrijfcarrière, zij zullen zeggen: dat mailtje hé, dat ene mailtje van die vriend, niet die vriend die toentertijd rum colaatjes achterover zat te slaan met de Balinese vrouwtjes, maar die ándere vriend weetjewel? Die mail? Dát was de genadeklap.

Sonar, nagekomen recensies, lezersreacties, Nooit Meer Slapen.

Deze week ben ik elke dag even te horen bij het Vlaamse Radio 1 programma Sonar in de rubriek Classic Album. Ik koos voor Armed Forces van mijn held Elvis Costello  en mag elke dag een nummer van commentaar voorzien. HIER terug te luisteren.

Op Oost Online, de sympathieke website met nieuws en informatie over het fijne stadsdeel waar ik woon, kiest Edith Vroon van de Linnaeus Boekhandel Dieven van vuur tot Boek van de Week: ‘etherisch en fijnzinnig’. Aanstaande zaterdagmiddag ben ik met Radio Victoria te gast bij de Linneaus boekhandel. Check de agenda.

Op Enola, een Vlaamse cultuursite, staat een prima uitgebreide bespreking die onder meer zegt: ‘prachtig en beeldend proza dat danst op het ritme van de popmuziek en de jazz waarover hij schrijft.’

Verder ontvang ik met regelmaat lezersreacties. Iemand vond het een luguber boek. Iemand heeft een kamer in het Arass Hotel geboekt en daar het slot gelezen. Iemand zat op de trein tussen Keulen en Hamburg en zag vier mannen samen in een coupé zitten terwijl ze alle vier Dieven van vuur lazen. Kortom.

Tot slot: vorige week was er een reportage over Dieven van vuur te horen bij Nooit Meer Slapen op de Nederlandse Radio 1. Luister HIER terug.

Radio Victoria (1): Dit vind jij leuk.

‘Kom er bij staan, Kees, dit vind jij leuk,’ zei de vrouw die nog net het einde van mijn verhaal voor een andere vrouw had meegepikt en nu wilde dat ik ook voor haar dat verhaal zou doen.
Ik stond in Dekker & v.d. Vegt te Nijmegen, de eerste stop op de boekhandeltour die ik zaterdag begon onder de noemer Radio Victoria, achter een tafel volgestapeld met Dieven van vuur waarop ik ook een iPad had gezet die de soundtrack bij dat boek afspeelde, en voor een levensgrote roll-up banner die de uitgeverij voor mij heeft laten maken. De schrijver als handelsreiziger, met zijn boek en dus ziel onder de arm, in de frontlinie van het boekenvak.
‘Ik vind dat helemaal niet leuk. Jij denkt dat ik dat leuk vind maar dat is niet zo,’ zei Kees terwijl hij naast zijn vrouw aan mijn tafeltje kwam staan. De vrouw giechelde. Ik deed het verhaal. Ik deed die middag een zestigtal keer het verhaal van Dieven van vuur. Ik keek de lezer diep in de ogen en ik kreeg iets zien wat je als schrijver zelden te zien krijgt: hoe hun ogen mijn woorden weerspiegelden, langzaam bewogen, zich in de mijne haakten, of juist nerveus weg schoten, hoe ze smolten en vervormden, van sceptisch naar verwachtingsvol, via aanvankelijke desinteresse tot enthousiasme dat al dan niet werd geveinsd, en vooral kon ik precies vaststellen op welke punten in het verhaal dit alles gebeurde. Ben je daar wat mee als schrijver?
Ook nu gebeurde het: de vrouw van Kees luisterde met steeds grotere ogen en ook Kees boog zich met elke zin die ik uitsprak steeds verder voorover in mijn richting maar zijn ogen vernauwden zich juist, en toen ik klaar was, zei zijn vrouw: ‘We kopen hem.’ En Kees zei: ‘Ja, nou, maar dan kunnen ze dus voor altijd achterhalen dat jij en ik hier vandaag in deze winkel waren.’