De stand van zaken.

Ik schrijf nu elke werkdag aan Boek 3, en hard. 's Avonds ga ik naar bed om half tien en vrijwel altijd val ik ogenblikkelijk in een diepe, droomloze slaap. De volgende ochtend, bij het ontbijt, verstuur ik gemiddeld drie tot vier emails naar mezelf. Goeie ideeën komen wel vaker terwijl je onder de douche staat. Verder probeer ik zoveel mogelijk thuis te blijven en wanneer ik toch naar feestjes ga voel ik me opgelaten en ongedurig, al kan dat ook om andere redenen zijn, die ik weiger au serieux te nemen. Kan. Kan allemaal.

Dit najaar doe ik nog drie optredens: 2 met Geen Pijn Of Wat Dan Ook in Turnhout en Meise. Eentje met Waumans & Victoria in Leuven.

Op 21 oktober vertrek ik naar Pittsburgh, USA. Alwaar ik een maand lang writer in residence zal zijn. Ik weet niet wat mijn gastheren en -vrouwen daarvan verwachten, zelf denk ik aan: elke werkdag aan Boek 3 werken en zo weinig mogelijk buiten komen, maar goed, ze schijnen een vrij aardig American Footbal team te hebben.

Zolang ik schrijf aan Boek 3, moet u hier verder dus niet te veel verwachten. Nou ja, behalve vandaag dan. Hieronder staat een nieuw stukje dat ik afgelopen zaterdag voordroeg op het 2 Minuten Festival. Het heeft vrijwel niets met Boek 3 te maken.

Napraten.

Wat mij het meest tegenstaat aan dit alles, is dat er geen gelegenheid tot napraten is voorzien. Ik stel me voor, ergens midden in de duisternis: een kring. Iedereen zit op een eenvoudige houten stoel. Een kaars in het midden, misschien.
En dan vragen stellen. Zaken vertellen die verzwegen moesten worden. Gevoelens openbaren die bij leven verborgen dienden te blijven. Zonder afbreukrisico! Dingen zeggen als: weet je nog, die keer dat we samen in de stad gingen lunchen? De zon, wat wind, de kopjes op het water als vlammen en onze handen slingerend langs elkaar. Pendules – of sloopballen?
En de tijd scharrelde rond als een kip, pikkend in de grond: ticketytok, ticketytak. Weet je nog? Wat een middag was dat.
En ik ben altijd blijven hopen dat we er allebei zo veel van hadden verwacht.