Wat het is met jazz en mij.
Ik werd geholpen door de rastaman – een wat oudere Surinamer met lange grijzende dreads, die lijkt te schrikken bij elke actie die hij moet ondernemen. Hij tikte mijn gegevens in de computer. Het was nog vroeg, er waren geen andere klanten en er galmde jazz uit de stereo. Goeie jazz. Een speelse sax solo ondersteund door een drummer die zijn accenten op de tegentijden legde – eigenlijk heel onnatuurlijk maar nu klonk het alsof het de enige mogelijke manier was om te drummen en op de achtergrond liep een piano onder die sax en die beat door, soepel, als een panter.
Het is een grote, nieuwe fietsenzaak die zonder twijfel het gammele winkeltje verderop binnen luttele maanden weg zal concurreren. Dat eenmanszaakje zit er al tientallen jaren, het is een goeie vent maar hij lult veel en hij kan niet erg goed fietsen maken.
Op het KNSM-eiland zit ook een fietsenzaak. Die is dichterbij. Liefje stapte daar een keer binnen toen ze zwanger was. Ze zei: ‘Kan u mij helpen?’ De fietsenmaker had geantwoord: ‘Volgens mij bén jij al geholpen.’ Sindsdien mag ik daar niet meer komen.
'Wat heb je opstaan?’ vroeg ik aan de rastaman. Opnieuw schrok hij.
‘Miles, Coltrane en Evans,’ zei hij. ‘Dat blijft goed, sterker nog, dat wordt steeds beter.’
Ik knikte en ik dacht aan de derde plaat die ik bij het ontbijt uit het vak jazz had gehaald: Count Basie - Basie’s Beat, op Verve. Ook een fijn album al worden er twee nummers vergald door het irritante scatten van Richard Boone. Op een bepaald moment gaat hij zelfs jodelen. Ik heb nooit goed tegen de nimmer aflatende experimenteerdrift van jazz gekund. Of misschien deed Boone het voor de grap. Maar de combinatie humor en muziek, daar heb ik ook nooit iets van begrepen.
En ondertussen weet ik niet wat het is met mij en die jazzplaten en waarom ik ze nu per se allemaal wil gaan beluisteren terwijl ze al twintig jaar in mijn kast staan, al kan ik je wel vertellen hoe ik eraan gekomen ben.
geweldig verhaal, van die jazzplaten
Patrick - 13-06-’12 19:20