Overwerken.
Gisteren werkte ik door tot tien uur ‘s avonds. Dat was me al lang niet meer overkomen. Sterker nog, het is altijd mijn principiële overtuiging geweest dat mensen die zo laat nog moeten werken simpelweg hun zaakjes niet voor elkaar hebben, projectmanagementgewijs. Dat klinkt wellicht wat arrogant. De schijn van arrogantie is een niet onbelangrijk deel van het immense imagoprobleem waar de waarheid deze dagen mee te kampen heeft.
Sinds een paar maanden doe ik weer veel werk dat niets met schrijven te maken heeft; allerhande klussen voor verschillende opdrachtgevers. Een secure planning van de week is bittere noodzaak. Aanvankelijk had ik erg veel moeite om in het ritme te komen, het ritme dat voor de meeste mensen het ritme des levens is. Maar de laatste weken heb ik het aardig te pakken; ik sta op, ik breng Lola naar school, ik ga aan het werk, ik lunch, ik ga aan het werk, ik ga Lola halen, ik eet, ik lees een boek, val half in slaap voor de televisie, ga slapen, sta op.
En gisteren ging ik dus overwerken.
Hoog tijd om aan een nieuw boek te beginnen.