Ook niet leuk.

Altijd weer een genoegen om op een treinstation rond te lopen, vooral buiten de spitsuren, wanneer het niet te druk is, en alle reizigers individueel waarneembaar zijn. Elk gebaar, elk gezicht, elke tattoo – dat laatste voorbeeld geldt met name in de zomermaanden.
Onlangs had ik bedacht dat ik ook een tattoo wilde. Ergens had ik gelezen hoe iemand verzuchtte dat het tegenwoordig gemakkelijker is je unieke persoonlijkheid te uiten door géén tattoo te nemen dan wel, en op slag had ik besloten dat ik er een wilde. Als het zo gemakkelijk is geworden om ergens bij te horen, moet je wel gek zijn om die kans te laten lopen.
Op Lowlands kon je bij een kraampje airbrush tattoos laten zetten. Dat leek me een prima test case. Maar uiteindelijk durfde ik niet. Mijn verlangen om erbij te horen, al was het maar tijdelijk en eenvoudig teniet te doen middels een ingezeept washandje, bleek even groot te zijn als mijn angst om erbij te horen. 
Misschien daarom dat ik momenteel werk aan een verhaal over een man die zichzelf zijn leven lang buiten de wereld plaatst maar op een dag min of meer gedwongen wordt er midden ín te gaan staan en vaststelt dat de wereld hem niet moet. Ook niet leuk, toch?

Netter.

Als je vanaf het Centraal Station begint te fietsen langs de spoorweg, in de richting van Berchem, en bij de eerste mogelijkheid linksaf onder de spoorweg door rijdt, kom je bij een compleet vernieuwd plein, waar vroeger het Switel stond, beter bekend als de plek waar Lee Towers zijn vrouw op oudejaarsavond 1994 uit de vuurzee redde.
Iemand vertelde mij dat dit de grote nieuwe entree aan de achterzijde van het Centraal Station moet worden, met een bijbehorend verkeersplein voor openbaar vervoer dat de last die wordt gedragen door de Rooseveltplaats moet gaan verlichten. Nu is het vooral allemaal nieuw en verlaten, en de ellende reflecteert in de geblindeerde ramen van het Lindner hotel dat de zaak ijskoud overziet. Zwervers op nieuwe designbankjes, met halve liters bier in de hand en als berusting vermomde wanhoop in hun ogen. Wachtend tot de deuren open gaan.
Ik sla rechtsaf, over een compleet vernieuwd fietspad, en begin te fietsen in de richting van de Plantin en Moretuslei, en ook aan weerszijden van dat fietspad zitten zwervers en liggen hangjongeren met honden in het gras. Verlaten huizen, dichtgespijkerde ramen - aan de andere kant van de spoorweg worden diamanten geslepen.
Ik ben vaak in Antwerpen de laatste tijd. De stad is in de voorbije tien jaar enorm veranderd. Als ik die verandering in één woord zou moeten samenvatten, zou ik zeggen: netter.

Appeltje Z.

Ik stond te wachten op de Thalys en er kwam een meisje aan lopen met onzekere blik in de ogen en mooi blond haar dat bestudeerd slordig zat. Voor haar rechteroor liep het uit, langs haar kaak, in enkele pluizige slierten die naar haar mond leidden – ik heb nog meisjes gekend die dat soort haar hadden, met dezelfde slierten langs de kaak, een beetje zoals Orthodoxe Joden hebben maar dan zonder krulletjes en minder lang, en ik moet zeggen dat deze meisjes mij weliswaar uiteindelijk stuk voor stuk diep teleurgesteld hebben maar dat een groot deel van de tijd die ik met hen doorbracht zonder meer aangenaam was.
Ze droeg een blauw broekpak, of verzin ik dit nu? Helemaal in het blauw alleszins, een korte katoenen broek waaronder lichtgebruinde benen uitkwamen.
Op het moment dat we oogcontact maakten moest ik aan iets denken wat mij deed glimlachen en zij glimlachte terug. Bij het opstappen liet ik haar niet voor en vervolgens struikelde ik bijna over de treden van de wagon en opnieuw keken we elkaar aan en opnieuw moesten we lachen, luidop deze keer.
Ik liep de wagon in en ging zitten en zij volgde mij en zoals te verwachten viel hield ze halt op dezelfde plek. Ze wees naar de plaats naast mij en zei: ‘Ik zit hier.’
En ik knikte en ik zei ‘Oké’ en zij zei ‘Oké, super’ en het was mij duidelijk dat ze niet naar Parijs ging. Ik opende de laptop en begon verder te werken aan een verhaal. Ook zij opende een laptop en begon te tikken. Ook werd ze twee keer gebeld maar alleen de eerste keer nam ze op.
De hele reis werd er geen woord gezegd. Behalve vlak voor Antwerpen, waar ik moest uitstappen. Ze vroeg hoe je iets ongedaan kon maken.
En ik, de sukkel van dienst, zei: ‘Appeltje Z.’

Column Groene Amsterdammer.

Mijn column voor de tweemaandelijkse Concertgebouw-bijlage bij de Groene Amsterdammer, die vorige week verscheen, staat nu online. Lezen maar.

Twintig frank.

We waren in Artis en Lola wilde in zo’n karretje. Ik zei dat ze daar niet meer in paste. Het is waar. Iedere keer wanneer ze gaat logeren bij oma en opa in Frankrijk, komt ze twee keer zo groot terug als we ze afleverden, dus je begrijpt: na een jaar of vijf loopt dat uit de hand.
Lola hield vol. Ik zei dat ik geen stuk van twee euro had maar Lola herinnerde mij eraan dat ze haar portemonnee in mijn tas had gestoken. IJverig rommelde ik door de Albert Heijn-munten, Dollarcenten en Lowlands 2001-muntjes die samen het kapitaal vormen waarmee wij onze oudste dochter op speelse wijze de basisbeginselen van het kapitalisme trachten bij te brengen en plots ontwaarde ik een stuk van twintig Belgische franken.
Ik herinner mij nog goed de introductie van het muntstuk van twintig frank. Daarvoor had je alleen maar muntstukken van één, vijf en tien frank en vanaf twintig frank begonnen de briefjes. Om te verdoezelen dat twintig frank nu echt geen briefje meer waard was, hadden de ontwerpers er een prachtig glanzende goudkleurige munt van gemaakt. De eerste maanden na de introductie spaarde mijn moeder stukken van twintig frank. Het stond rijk: een pot vol goud, gewoon op het aanrecht bij je thuis.
Ik liet de munt door mijn vingers glijden. Hij was dof geworden. Ik liep naar Lola toe en stak ‘m in de gleuf van het karretje. Paste precies.
Kortom. Als de euro straks verdwijnt, volstaat de herintroductie van het twintigfrankstuk om te vermijden dat alle winkelkarretjes van Vlaanderen verbouwd dienen te worden. Sterker nog, het lijkt mij verstandig om het twintigfrankstuk in heel Europa in te voeren. Twintig frank, dat is een halve euro. Denk aan hoe het zal voelen – een pot vol goud op het aanrecht terwijl buiten de depressie woedt.
Lola stapte in het karretje. Ook dat paste nog net. En zo werd het al bij al een uitermate geruststellende middag te midden van tal van exotische dieren die verder ook geen idee hadden.

Waumans & Victoria uitverkocht.

De vierde editie van Waumans & Victoria's Groot Internationaal Literair Variété Spektakel op 31 augustus aanstaande is uitverkocht. Geen nood: op vrijdag 28 september vindt de vijfde editie plaats. Hebben alvast hun komst bevestigd: Herman Koch en A.H.J. Dautzenberg. Je kan nu al je kaartjes veilig stellen via reserveren@torpedotheater.nl. Dus.