Deze nacht.

Tegen het ochtendgloren kwam ik uit De Kaaiman gestrompeld en ik liep naar mijn auto die om god weet welke reden op de Waalse Kaai geparkeerd stond terwijl ik in die tijd nauwelijks driehonderd meter verderop woonde. Wonderlijk genoeg had ik de helderheid van geest om te zien dat de rechtervoorband plat stond. Dus ik strompelde verder naar huis en de volgende middag liep ik terug naar de kaai om die band te vervangen.
Het was warm, ik voelde me niet helemaal lekker, en met de handleiding van de auto opengeklapt op de grond begon ik aan de werkzaamheden. Al snel ging ik zweten en mijn slapen bonsden en ik rook een bepaalde lichaamsgeur die ik de laatste tijd in huis ook wel eens ruik terwijl ik deze dagen toch aanzienlijk minder drink dan toen. Ze zeggen dat mensen die in hongerstaking gaan op een gegeven moment naar aceton gaan stinken omdat ze hun eigen vet verbranden. Ik ben altijd mager geweest.
Nadat ik het wiel eraf had gewrikt, hoorde ik een stem die bleek toe te behoren aan een wat oudere man met een marcelleke aan die uit het raam hing van een huis op de kaai. Hij vroeg of het ging. Ik knikte. Daarop verdween hij en ik probeerde de reserveband erop te draaien en niet veel later stond die man opnieuw in het raam, deze keer met een accordeon omgegord en hij zei: ‘Wacht, ik zal een aireke spelen, dan zal het beter gaan.’
En zonder verpinken zette hij ‘Ik wil deze nacht in de straten verdwalen’ in. Dat is nog steeds een van mijn favoriete nummers over Antwerpen, van Wannes van de Velde en toevallig ook wat ik het liefst van al nog deze nacht zou willen doen.

Pizza.

Er zijn ook tijden geweest dat ik de dingen nog minder snel begreep dan nu. Zo herinner ik me een etentje op een terras aan de Dageraadplaats met een meisje dat in de Kaaiman werkte en die mij tijdens alle met drank en drugs doordrenkte avonden die ik daar heb gesleten – en dat zijn er godverdomme niet weinig – nooit had zien staan maar enkele weken daarvoor, op een concert in Brussel plots haar ogen in de mijne had gehaakt en niet had losgelaten tot ik haar uit vroeg. En toen zaten we daar, we aten pizza als ik me niet vergis, en ik had erg naar dat afspraakje uitgekeken. Het was een Nederlands meisje, met korte rode haren, ik ken haar voornaam nog, soms kijk ik nog wel eens op Facebook om te zien wat er van haar geworden is maar ik kan haar niet vinden terwijl je toch zou denken: hoeveel Floriskes kunnen er in godsnaam op de wereld zijn?
Het gesprek die avond verliep stroef, om niet te zeggen: niet. Ik stelde vragen maar zij zei niks, of ze vertelde dat ze niks specifieks wilde, of deed, gewoon werken in de Kaaiman, uitslapen en veel lezen. Vooral dat lezen vond ik raar. 
Maar ik deed mijn best, ik wilde haar graag leuk vinden, hetgeen op zich al bijzonder was want in die tijd wilde ik vooral leuk gevónden worden. Misschien was ze gewoon verlegen, dat kan ook. Uiteindelijk gaf ik het op en ik besloot dat alles een vergissing was geweest. De rekening kwam, ik betaalde, zij zei dat ze naar de bioscoop wilde.
‘Dat is goed,’ zei ik. En ik reed haar naar wat toen een nieuw bioscoopcomplex was op een hoek van de Keyserlei en ik zette haar daar af.

Hat.

We wisten dat we de hele middag in de brandende zon zouden zitten dus toen we bij het stadion aankwamen liep ik naar de eerste de beste merchandise-stand en kocht een New York Yankees baseball cap.
‘25 dollar,’ zei de verkoper. Veel geld voor een pet die ik nooit meer zal dragen maar een zonneslag kost meer.
Voor ons zat een rijtje seizoenkaarthouders waaronder eentje die de anderen vrolijk pestte want hij kwam uit Cincinnati en de Reds stonden al snel 0-2 voor. De hele wedstrijd lang was het stadion in beweging: biertje halen, garlic fries halen, beetje wandelen over de terrassen, stukje wedstrijd kijken, lachen met de spelletjes die op de grote schermen met het publiek werden gespeeld.
Naast ons zat een Latino gezin: een moeder met drie zonen. Een van hen bood me popcorn aan – een enorme emmer die zijn broers en hij gestaag leeg aten – en ik kon zien dat hij schrok van de hartelijke manier waarop ik zijn aanbod afsloeg.
De uren gleden gemoedelijk voorbij, de hotdog was knapperig, het bier ijskoud. En terwijl het stadion halfleeg liep bij een 3-6 achterstand, bleven wij gespannen zitten om te zien hoe de Yankees in hun laatste slagbeurt tot 5-6 terugkwamen en met de eerste en derde honk bezet, alles of niets speelden – en verloren. Niemand was teleurgesteld. Niemand vloekte. Niemand gaf de scheidsrechter de schuld. En ook de Reds-fans, die gewoon tussen het thuispubliek hadden gezeten, waren niet triomfantelijk of denigrerend.
Nee, het was gewoon een prachtige zaterdagmiddag geweest. Zo prachtig dat ik bijna vergat wat de man die de kaartjes scande bij de entree tegen ons had gezegd terwijl hij met een wijds handgebaar in de richting van een grote stapel openstaande kartonnen dozen in de inkomhal had gewezen: ‘Welcome to Yankee Stadium – go grab your free hat.’

Waumans & Victoria - 25 mei 2012.

De 3e editie van Waumans’ & Victoria’s Internationaal Literaire Variété Spektakel staat weer voor de deur, met deze keer: Wilfried de Jong (hij draagt voor uit zijn onlangs verschenen bundel Kop in de Wind), Gustaaf Peek (winnaar van de F. Bordewijk-prijs 2011), Johan Fretz (debutant en toekomstig premier van Nederland) en voor de huiveringwekkende rubriek De Kutrecensie is Henk van Straten moedig genoeg bevonden. Tjeerd Bomhof (Voicst/Dazzled Kid) is onze, zeer fijne, muzikale gast. Crazy!
Waumans & Victoria’s Internationaal Literair Variété Spektakel vindt wederom plaats in het Torpedo Theater – het mooiste en kleinste theater van Amsterdam.
Er zijn welgeteld 40 stoelen. Kaarten reserveer je via reserveren@torpedotheater.nl

Nóg meer info HIER.

Terug naar Antwerpen.

De afgelopen weken begon ik met de research voor een nieuwe roman, die zich zal afspelen in Antwerpen in drie verschillende decennia. Het is een idee waar ik al jaren mee rond loop. Toen ik vijf jaar geleden Hoe ik nimmer… begon te schrijven, wist ik al dat dit verhaal mijn derde roman zou worden. Ik vermoed dat het een zware bevalling zal worden, eentje waarbij dit een lachertje zal blijken te zijn geweest. Kortom, enorm veel zin in.

Maar ook in een ander opzicht keer ik met dit boek terug naar Antwerpen. Na vier mooie jaren en twee romans verlaat ik uitgeverij Anthos. Mijn nieuwe uitgever wordt De Bezige Bij Antwerpen. Ik kijk ernaar uit te gaan samen werken met uitgever en redacteur Harold Polis en zijn team, die bezig zijn een van de mooiste uitgeverijen van de lage landen uit de grond te stampen. Daar wil ik graag bij zijn. En ik heb zin om weer vaak in Antwerpen te vertoeven, ook al blijf ik in Amsterdam wonen. Dat neemt niet weg dat ik uitgeverij Anthos bijzonder dankbaar ben voor het goede werk dat zij de voorbije vier jaar geleverd heeft. Anthos had van in het prilste begin veel vertrouwen in mij, hetgeen mij aanvankelijk enorm verbaasde maar wat mij in nog veel grotere mate heeft gestimuleerd. Wanda, Roel, Maartje, Chris, en alle anderen met wie ik bij Anthos gewerkt heb, net zoals Els en René en iedereen bij VBK in België: dankjewel.

Libris Solden.

Vandaag en morgen (7 en 8 mei) verlaagt mijn sympathieke uitgever Anthos de prijs van de iPad app van Gelukkig zijn we machteloos én die van het e-book tijdelijk naar 4,99 euro. Dit ter meerdere eer en glorie van de Libris Literatuur Prijs die maandagavond wordt uitgereikt en waarop ik de eer heb kans te maken.

De e-book prijsverlaging geldt voor ALLE webwinkels die e-books verkopen. De iPad app kan u downloaden via de iTunes store, inclusief de roman, het luisterboek, 13 videocolumns, de niet eerder verschenen novelle K, én onderstaand videodagboek dat wij vanaf vandaag tot en met dinsdag op het wereldwijde web los laten.

Hiba Vink bracht meer dan vier uur materiaal terug tot zeven minuten euforische hoogtepunten en hilarische dieptepunten tijdens het schrijven van Gelukkig zijn we machteloos. Het leven van een schrijver zoals het is, for real.

(Inmiddels bezitten wij hier thuis een wasdroger.)

Cecilia Ann / Allison.

Van dat concert in de Brielpoort in Deinze herinner ik me twee momenten.
Moment één: we staan met zijn drieën, hand in hand, helemaal vooraan. Het podium is afgeschermd met zwart doek.
Zonder aankondiging of waarschuwing beginnen the Pixies te spelen. Een instrumental: Cecilia Ann. Loeihard. Het publiek dat net nog dicht op elkaar gepakt en geplakt stond te wachten als één ondoordringbare homp vlees, wordt in duizenden dunne repen door de zaal gesmeten alsof iemand er een mixer heeft ingezet. Ik zie ons vliegen, met zijn drieën, hand in hand, over de mensenmassa heen. We landen halfweg de zaal. We lachen en schreeuwen. Het doek valt naar beneden. The Pixies zetten Allison in.
Moment twee. We komen de Brielpoort uit en de zon komt op. Dat kan helemaal niet. Het was nacht, het moet al donker zijn geweest. Toch voelt het als het begin van een nieuwe dag. Koele lucht, de geur van dauw op gras. 
Ik heb één hand in een broekzak, mijn vingers spelen met een plectrum van Joey Santiago, van een roadie gekregen. We beginnen te lopen. We zijn alleen en te jong om een rijbewijs te hebben maar we zijn ook niet met de trein. Vrachtwagens razen voorbij. Een ijzeren brug over water. Een snackbar ergens op een hoek. We zwijgen en we lopen, hand in hand, zomaar ergens heen.

Feest.

De school was afgeschermd met hekken waar wit zeil in hing en ik neem aan dat ze die niet ’s nachts, na afloop van het feest, nog snel hadden neergezet om de schijn op te houden maar daar leek het wel op.
Bij de deur stond het hoofd van de kinderopvang met een bezem in de hand. Het regende.
‘Zo,’ zei ik. ‘Moet je het nog zelf opruimen ook?’
‘Hou er maar over op,’ zei ze. Onze voeten knarsten door de oranje smurrie. Tot ver op de speelplaats zag ik groene scherven glinsteren.
Mijn oorspronkelijke beroep is het organiseren van evenementen. Les 1: je wil de buren niet tegen krijgen. Dat zouden ze bij SLAM!FM toch ook moeten weten. Netjes opruimen, zoals afgesproken, en daarna een attentie voor elk kind dat die ochtend door jouw productionele chaos naar de opvang moet. Kleinigheidje. Slim. Zo behoud je een vergunning. Ik probeer maar even een standpunt te verzinnen zonder dat ellendige woord fatsoen te moeten gebruiken. 
Op het museumplein schenen mensen met kinderen relaxed op het gras te hebben gelegen, genietend van de zon. Iets wat in principe ook prima op het Java-eiland kan. Van der Laan woont er op een steenworp vandaan. Ik hoop dat hij is gaan kijken.
Toen we de school binnen gingen hoorden we een leidster aan een moeder uitleggen waarom ze vandaag niet buiten zouden spelen.
‘Wat is hier dan gebeurd, papa?’ vroeg Lola.
‘Niks, schat,’ zei ik. ‘Niks. Gisteren was toch feest?’