Boek Magazine.

In het zomernummer van Boek Magazine, staat een interview met mij. Het zou gaan over het literaire klimaat in Nederland maar uiteindelijk ging het over mijn identiteitscrisis. Lachen! Tevens betekent deze publicatie het debuut van een nieuwe auteursfoto, die werd gemaakt door de even talentvolle als lieftallige Lieke Romeijn.

Om te lezen moet je klikken.

Verjaardag.

Om half twaalf ’s middags at ik een bak opgewarmde nasi van de AH terwijl ik de krant las. Daarna nam ik een toetje van Paula de gekke koe en kroop weer in bed. Om half twee kwam ik er uit. Ik had drie smsjes waarvan twee van mensen die mijn verjaardag aan het vieren waren zonder mij. Op mijn Facebookprofiel kreeg ik meer dan 200 felicitaties. Waar dachten die 1300 anderen in godsnaam dat ze mee bezig waren? Ik nam een douche, legde een fles champagne koud, deed boodschappen en las mijn nieuwe roman als was ik een redacteur die een bonus kreeg voor elke spelfout die hij vond of woord dat hij schrapte.
Om kwart na zes kwamen Liefje en Lola binnen – die hadden ook boodschappen gedaan dus nu hadden we twee chocoladetaarten. Op de crèche had Lola een hartje van papier gemaakt waarover ik prompt een glas wijn goot. Terwijl Liefje naar de zwangerschapgym ging, aten Lola en ik van de eerste taart. We bliezen samen vier kaarsjes uit, Lola zong van ‘Lang zal ze leven’ en duwde druiven in haar stuk want dat is lekker.

‘Wat moet ik nu doen?’ vroeg ik aan Liefje, terwijl we in het schemerdonker een glas champagne dronken.
‘Ja,’ zei ze. ‘Wat?’
‘Niks,’ zei ik.
‘Niks,’ zei Liefje.
‘Ik kán niks doen,’ zei ik.
‘Nee,’ zei Liefje. ‘Je kan niks doen.’
‘Maar wat moét ik dan doen?’ vroeg ik.
‘Wachten,’ zei Liefje.
‘Wachten,’ zei ik.
‘Tot de dood je komt halen,’ zei Liefje.

Dus uiteindelijk viel het allemaal reuze mee, dat veertig worden.

Gelukkig zijn we machteloos.

Mijn tweede roman, getiteld Gelukkig zijn we machteloos, zal verschijnen op 6 oktober 2011. Mooi omslag, hé. De tekening werd gemaakt door de immer geweldige Eva Mouton. De typografie werd verzorgd door de legendarische Gert Dooreman.

De tekst in de aanbiedingsbrochure van Anthos gaat ongeveer als volgt:

Een tuinfeest op een hete zomerdag. Een dochter die geen dochter wil zijn. Een oom die geen oom is. Twee families, verspreid over het perfect onderhouden gazon. Ze zijn geslaagd in het leven, hun zorgen afgedekt door een gevarieerd assortiment aan verzekeringspolissen, en door grappen en verhalen die iedereen kent. Achter deze façade liggen de geheimen verborgen die hen met elkaar verbinden.
Ome Lex is uitgenodigd door Martha, de mater familias die oude tijden wil doen herleven.
Wanneer het icoon van hun zorgeloze jeugd verdwijnt met Billie, de veertienjarige dochter des huizes, worden de familieleden bruut tot elkaar veroordeeld. Naarmate de uren verstrijken, blijken hun routineuze schijnmanoeuvres waardeloos terwijl Billie en Ome Lex steeds verder door eindeloze weilanden dwalen.

Met subtiele humor en in een weergaloze, beeldrijke taal schetst Gelukkig zijn we machteloos feilloos de door onmacht aangestuurde redeloosheid van mensen in de ban van een ongrijpbare dreiging.

Dussss.
Binnenkort op deze plek: fragmenten van allerlei aard en soort + later deze zomer een ganz nieuwe website. Ja, toch?

Zielig, hé.

Aanstaande donderdag word ik veertig. Daar kijk ik al enige tijd vreselijk tegenop. Om precies te zijn: 363 dagen. In zoverre dat ik al maanden mentaal veertig ben. Iedere keer wanneer iemand vraagt hoe oud ik ben, of wanneer ik op een internetformuliertje moet invullen wat mijn leeftijd is, denk ik: veertig. Terwijl ik de afgelopen 363 dagen gewoon keihard negenendertig had kunnen zijn. Geen moment van genoten. U denkt: triest, pathetisch, aanstellerig en u hebt gelijk. Een weggegooid jaar, ware het niet dat ik in dat jaar een kind verwekte en een roman voltooide, ten minste, dat laatste wordt nog even aanpoten omdat ik vorige week het lumineuze idee had nog effe een verhaallijntje te gaan herwerken dat dwars door het hele boek loopt, maar misschien dat ik het voor 7 juli, half 2 ’s middags red.
Vandaag vroeg iemand op Twitter mij – zeer terecht – waarom ik er zo tegenop keek. De precieze vraagstelling was: ‘Wat is er zo erg aan eigenlijk?’
Dat weet ik uiteraard niet, want ik ben het nog niet. Het heeft vermoedelijk te maken met vergankelijkheid, met spierpijn, met vermoeidheid, met een bril, met mensen wier naam ik vergeten ben, met mijn dochter die deze maand vier wordt, met mijn andere dochter, die een oude vader zal hebben, met mijn liefje die ouder is dan ik maar nog altijd een meisje is, en vooral met mijn hoofd dat nooit wil rusten en naar niemand luistert, naar mij al helemaal niet.
Alleszins, om de aandacht van deze vreselijke gebeurtenis enigszins af te leiden, zal ik die dag het omslag van de nieuwe roman hier posten en ik ga er ook wat over vertellen – wat, dat weet ik nu nog niet. Ik zou maar niet rekenen op iets al te opwekkend.

Zo'n concert.

Gisteravond was ik bij Death Cab For Cutie in de Melkweg. Ik was alleen. Liefje vindt het zielig wanneer ik alleen naar een concert ga maar zelf vind ik het heerlijk.
Vroeger, toen ik nog bij PIAS en Mojo werkte, ging ik veel vaker naar concerten. Daar kwam je dan andere mensen uit de industrie tegen. Die gingen biertjes voor je kopen en in ruil moest je jezelf helemaal kapot laten lullen.
Nu ben ik nauwelijks nog in de muziekindustrie actief en ik hoef ook geen genuanceerde of professionele meningen over bandjes meer te vormen zoals ‘dat het goed is in zijn genre’ – het muziekindustrie-equivalent van ‘niet slecht voor een debuutroman’. Ik kan nu gewoon in de zaal gaan staan en genieten als een fan, kijken, luisteren, nadenken, zuurstof krijgen, op ideeën komen door een flard tekst die ik verkeerd versta, heimwee hebben naar mijn gitaar, en de liedjes die ik schreef toen ik nog niet wist hoe dat moest.
Ik stond tussen een goed groepje: vier kerels en een meisje die in stilte naar het podium keken en en met hun hoofden knikten. Het meisje was mooi maar het hele concert keek ze droevig. Af en toe drukte de jongen bij wie ze hoorde een kus op haar voorhoofd of wang, maar nooit op haar mond. Drie keer ging ze een tijdje helemaal voorovergebogen staan. Ik wilde haar vragen of ze rugpijn had en vertellen dat ik zelf sinds kort critical alignment-therapie volg en dat de resultaten al na een paar lessen vrij fenomenaal zijn om nog maar te zwijgen van de intense leegte die in je hoofd ontstaat tijdens zo’n sessie en dat ik vandaag toen we, zoals altijd aan het eind van de les, enkele minuten op ons hoofd gingen staan, ik er voor het eerst gedurende een seconden of tien, vijftien in slaagde volledig te ontspannen en dacht: dus dit is wat ik wil.
Ze kwam overeind, keek me aan en glimlachte, ik glimlachte terug, het volgende nummer begon, we keken naar het podium en we knikten. Zo’n concert.