Ondertussen, op Torpedo Magazine.

'Waar blijven die leuke stukjes van je?' vroeg iemand op Twitter mij. Nou, dacht ik. Dat zal ik eens vertellen: in mijn hoofd. Daar blijven ze. Hangen.

Onderwijl bevindt boek 2 zich in de laatste rechte lijn. Er is een titel, (bijna) een omslag, en er zijn foto's. Ik denk dat ik er binnen een maand klaar mee ben. En dan ga ik er meer over vertellen. Nu nog niet. Want hoewel ik geen drastische ingrepen meer overweeg, zitten er nog een paar dingen aan dat boek mij dwars. Niks dramatisch hoor. Maar het moet wel gefikst worden. Nu eerst even uitzoeken wat mij precies dwars zit.

Ondertussen kan ik u van harte aanbevelen om met regelmaat Torpedo Magazine te bezoeken. Ik was al fan van de Twee Minuten-reeks en nu doe ik er zelf af en toe aan mee. Vandaag las ik het stukje Venlo. En afgelopen maandag las ik Geen reserves voor. Geen reserves is een persoonlijke favoriet. Ik zou er niet van opkijken als het in boek 3 terecht komt. De link naar het filmpje werd op Twitter geretweet door Bert Brussen. Dan weet je dat je goed bezig bent.

Een goede avond.

Voor de pauze las ik voor uit Hoe ik nimmer... en terwijl ik dat deed dacht ik aan vanalles maar niet aan wat ik voorlas. Na de pauze was het buiten donker. Ik had stilletjes op onweer gehoopt. Ik droeg een fragment voor uit boek 2 en terwijl ik dat deed dacht ik aan niks anders dan aan die tekst. Of beter: ik dacht niet aan die tekst, het leek wel of ik die tekst wás. En ik herinnerde mij dit gevoel: zo voelde het ook, twee jaar geleden, wanneer ik voorlas uit het toen nog onvoltooide Hoe ik nimmer... en eens te meer deed het mij beseffen hoe belangrijk schrijven voor mij is geworden en hoe zo’n boek in de loop van anderhalf jaar beetje bij beetje bezit van je neemt en hoe heftig dat eigenlijk is maar ook: hoe gelukkig het mij kan maken. Nog minutenlang zat ik na te trillen op mijn stoel, die op het podium stond, dat moet er raar hebben uitgezien en het zorgde er ook voor dat niks van wat Alma Mathijsen vervolgens voorlas tot mij doordrong. Hetgeen jammer was want vooraf vertelde gastheer en presentator Thomas Verbogt mij goeie dingen over haar debuut dat in september verschijnt. En ik wil Thomas graag vertrouwen.
Toen ik naar huis fietste, begon het te regenen. Ik had wind mee. Bovenop de brug bij het Muziekgebouw aan 't IJ, keek ik omhoog, liet het water over mijn gezicht stromen en reed met gesloten ogen naar beneden.

De Roze Driehoek.

Iemand vroeg of ik ervaring had met de herenliefde. Of ik in mijn leven een twijfel- en/of experimenteerfase had gekend, wat het geslacht betrof van de door mij te beminnen medemens.
Die vraag moest ik ontkennend beantwoorden hoewel ik het ondertussen gewend ben dat ik onevenredig vaak toesj heb bij mannen – naar ik vermoed vanwege mijn ranke verschijning en zwoele oogopslag. Ik vrees dat dit er niet op zal beteren sinds ik regelmatig door de stad fiets in een lederen motorvestje.
Wel deed de vraag me denken aan een periode, ergens halverwege de jaren tachtig, toen er voor het college in Edegem regelmatig flyers werden uitgedeeld door een actiegroep die zichzelf de Roze Driehoek noemde. Ik was een jaar of veertien, had geen enkele intentie om homofiel te worden, maar vond het toch intrigerend genoeg om die flyers aan te nemen. Thuis las ik ze en stak ze weg in een klein koffertje waarin ik al mijn geheimen bewaarde, en dat koffertje deed ik op slot. Ik wilde niet dat mijn moeder zich zorgen zou maken. Want dat deden moeders in die tijd nog.
Na een tijdje kwamen er klachten van ouders en zorgde de politie ervoor dat de Roze Driehoek niet meer bij ons college mocht flyeren.
De sleutel van dat koffertje ben ik kwijt maar het koffertje zelf heb ik altijd bewaard. Het staat in wat ik mijn herinneringenkast noem, tesamen met dozen vol brieven, dagboeken, foto’s en alle andere memorabilia uit mijn leven die ik enige waarde toeken. Het past op twee schappen. Daaronder ook een heleboel spoelen vol acht millimeter film die mijn vader geschoten heeft en die ik, sinds ze in mijn bezit zijn, nog nooit heb bekeken – ook de camera en de projector heb ik nog. Misschien dat ik daar in de zomer eindelijk eens aan toe kom.

Tourbus.

Gisteravond gaf ik in Leeuwarden de laatste in een lange rij workshops voor deelnemers aan Write Now! en daarna droeg ik nog een keer voor uit Hoe ik nimmer... hetgeen ik overigens aardig beu begin te raken – maar eigenlijk moet ik mij natuurlijk gelukkig prijzen dat ik er nog steeds uit mág voorlezen, zo af en toe. Dus shut up, schrijvertje.
De avond ervoor waren we in Assen en daar hadden we ook geslapen, in Hotel De Jonge. Jammer genoeg was Club Diana na afloop van de show dicht en om dat te compenseren haalden mijn lieve Write Now!-kompanen broodjes doner. Ik at het mijne op in de hotelbar. We vroegen bestek en toen de ober dat na lang overleg met zijn collega’s kwam brengen, zei hij: ‘Voor één keer dan.’  Reken maar, vriend.
’s Ochtends hadden we samen ontbeten, het busje ingeladen en waren vanuit Assen naar Leeuwarden gereden. In Leeuwarden duurde het een hele tijd voordat we de zaal konden bereiken door de wirwar van eenrichtingsstraatjes en toen moesten we de bus weer uitladen. Ik werd er wat ongedurig van. Twintig jaar in bandjes spelen heeft van mij een fervent hater van laden, lossen en wachten gemaakt. Onlangs sprak ik met een boekingsagent die een theatertour met enige Beroemde Schrijvers had geboekt. Daar verdienden die schrijvers niet veel mee, maar ze deden het gewoon heel graag, met name omdat ze er dan in een echt tourbusje naartoe konden rijden. Zo eentje met een koelkastje in. Ons busje had geen koelkast en over die schrijvers weet ik verder niet veel, want ik ken hen niet persoonlijk, maar ik kan u wel vertellen: die hebben nooit in een bandje gespeeld.

Hummel.

Gisteren was ik op een tuinfeest in de buurt van Leuven. Het was prachtig weer, met een fris windje dat ervoor zorgde dat ik pas vanochtend zag dat ik verbrand was. Mijn nieuwe roman speelt zich deels af op een tuinfeest. Sinds ik dat weet, is elk tuinfeest waar ik kom een beetje werken. Plezierig werk, dat wel.
In boek 2 komen twee families bij elkaar die zijn verbonden door een huwelijk. Dat was gisteren ook het geval: het feest werd gegeven door mijn zus en haar man, ter ere van de plechtige communie van hun jongste zoon, die mijn petekind is. Verder gebeurde er niets wat ook in boek 2 gebeurt. In die roman worden er bijvoorbeeld frietjes gebakken voor de kinderen op het feest. Maar gisteren waren het hamburgers. Ook werden er gisteren geen liedjes aan de piano gezongen. Wel deden we een quizz. De doe-opdracht was het schrijven van een lofzang ter ere van de plechtige communicant. Dat moest ik natuurlijk doen. Mijn team won en ik hoorde iemand zeggen: ‘Ha ja, maar ja zeg, dat is Ivo Victoria.’
De familie van mijn schoonbroer bestaat deels uit jonge, vrij hippe mensen uit het Gentse. Eén van de jongens had Hummel sneakers aan. Mooie sneakers. Onlangs had ik ze bijna zelf gekocht. Dus zonet ging ik even online kijken of ik ze niet alsnog zou bestellen. Sindsdien krijg ik op elke website die ik bezoek, een banner advertentie van Hummel sneakers te zien. Er zijn geen betere manieren te verzinnen om mij geen Hummel sneakers te laten kopen.