Beterschap.
Ik staar naar het scherm en ik bedenk me dat ik beterschap had beloofd. Dat doe ik wel vaker. Vooral aan mezelf.
Zo liep ik gisteren nog te mompelen door de Groningse nacht, mezelf beterschap belovend. Daarna stapte ik de nachtwinkel binnen. Op mijn hotelkamer nam ik een flesje whisky uit de mini-bar. De dop kraakte toen ik ‘m los draaide. Ik keek in de spiegel en gleed met mijn vingertoppen over mijn gezicht, als een blinde. Ik las nauwelijks teleurstelling.
Andere mensen beloof ik liefst zo weinig mogelijk. Ik wil te graag dat ze van me houden. Iedereen moet van mij houden, uiteraard. Of op zijn minst het gevoel hebben dat die dag ooit zal komen, dat ze eindelijk van me zullen kunnen houden. Wacht, lieve mensen, wacht, u houdt nog niet van mij maar kijk, kijk naar die kwinkslag in mijn ogen, kijk hoe mijn grijze tanden sympathiek van tussen mijn lippen door komen loeren, hoe mijn mondhoek zich optrekt aan het grapje dat ik net maakte. Geen grapje ten koste van u, maar eentje om u te behagen, om even te testen welk soort humor het bij u doet zodat ik vaker de juiste grapjes kan maken zodat u straks, later, ik weet niet wanneer maar ooit, zonder meer, van mij zal houden.
Zoiets.
Laat mij maar verwachtingen wekken.
Maar goed. Ik staar naar het scherm en ik bedenk me dat ik beterschap had beloofd.
Dus hier hebt u het. Beterschap.
Ik ben na het lezen van je boek en nu weer dit stukje toch echt een beetje van je gaan houden. Of is dat raar?
mir (URL) - 08-01-’10 19:15