Lucien.

Toen we thuis kwamen van vakantie bleek dat Lucien het huis van de buren had onder gepist.
 
Ik begrijp dat u blijft lezen.
 
We gingen vroeg vertrekken. Om vijf uur ’s ochtends. Om tien voor vijf bracht ik de laatste spullen naar de auto en met mij schoot Lucien de deur uit, de nacht in.
‘We kunnen niet vertrekken,’ zei Liefje. ‘Het is zo koud.’ We konden niet vertrekken. Dus.
 
We riepen, we smeekten, we floten. We waren bedelaars, struinend door de nacht, van huis naar huis, een bakje hoop in de hand. We waren dienaars, krachteloze bevelen fluisterend; we waren moeders en vaders, verlangend naar een kind; we waren herders, zoekend naar een verloren schaap, blatend in de wind. De kou tekende barsten in de maan.
 
Drie kwartier later zetten wij Lucien het huis weer in. Opgelucht ging ik de laatste spullen naar de auto brengen. U begrijpt. Inderdaad.
 
‘Nu ga ik hem niet meer zoeken,’ zei ik. ‘We vertrekken.’
‘Het is zo koud,’ zei Liefje. We vertrokken.
 
Drie dagen later meldde de kattenoppas dat Lucien terug was.
 
Gisteren arriveerden ook wij weer te Amsterdam. Het was de buurman die ons grimmig verwelkomde. Hoe Lucien zijn huis was ingeraakt, net voordat hij een weekje weg ging, dat weet niemand. Wat we wel weten is dat hij grendels van deuren naar beneden kan duwen. Wat niet handig is als de buurman van vakantie terugkomt en naar binnen wil. Wat we wel weten is hoe hij het dekbed, het matras en de bank volpiste van de schrik en de wanhoop. En de luxaflex van het raam aftrok. Dat weet ondertussen iedereen. En maandag ook de WA-verzekering.
 
Vanavond vieren we in Antwerpen. Ga ik nu even de laatste spullen naar de auto brengen.

Het kortste jaaroverzicht van 2009, inclusief goede voornemens voor 2010.

Ik knijp er even tussenuit.

Ik dank u allen voor wat wellicht één van de meest intense jaren van mijn leven was. Volgend jaar ga ik weer schrijven, zoals vroeger; ook op deze plek. Beloofd.

Tot dan.

Mijn e-book.

Vandaag komt Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt) uit als e-book. Zonder DRM kopieerbeveiliging en voor een prijs die u zelf mag kiezen.

Dat zit zo.

Met de snel toenemende populariteit van e-readers en e-books staat de boekenwereld voor dezelfde uitdaging als de muziekindustrie meer dan tien jaar geleden.

De vraag die auteurs, boekhandels en uitgevers zich stellen is: zal de digitalisering van het boek even funest uitpakken voor de professionele boekenwereld als voor de muziekindustrie? Zullen e-books massaal gekopieerd en gedeeld worden door lezers, zoals dat met muziek gebeurt? In Nederland zijn circa 20.000 e-readers in omloop, na Sinterklaas en Kerst zullen dat er nog veel meer zijn; momenteel verkoopt een e-book ‘bestseller’ ongeveer 500 tot 1000 exemplaren. Maar ook deze aantallen stijgen in hoog tempo. Ook wordt er volop geëxperimenteerd met prijsstellingen en bestandsformaten.

De vrees voor het gratis kopiëren van boeken op grote schaal heeft ervoor gezorgd dat één zaak al beslist lijkt: de introductie van het DRM (digital rights management). Dit digitaal beveiligingssysteem zorgt ervoor dat een e-book maximaal vijf maal gekopieerd kan worden. Dit beperkt de mogelijkheid een boek uit te lenen, en verkort de levensduur van je aankoop aanzienlijk. Een gedrukt boek kan levenslang in je boekenkast blijven staan. Maar het duurt hooguit vijf tot tien jaar voordat u meer dan vijf computers en e-readers versleten hebt. Daarna is het herlezen of uitlenen van het werk niet meer mogelijk. Bovendien zorgt dit systeem – er zijn nu zelfs verschillende types DRM – voor tal van technische problemen waardoor het lastig is om een e-book op meerdere apparaten af te spelen, zelfs wanneer je jezelf tot vijf licenties zou willen beperken. DRM beperkt het gebruiksgemak en dus het leesplezier. Het betuttelt en frustreert eerlijke mensen die bereid zijn goed geld betalen voor een mooi boek.

Tot op heden werden er van mijn debuutroman Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt) ongeveer 10.000 exemplaren verkocht in gedrukte vorm in drie maanden tijd. Vanaf vandaag stel ik het boek ter beschikking als e-book, exclusief bij Ebook.nl. Zonder de kopieerbeveiliging DRM.

-    Ha, Ivo Victoria, vind je dan dat alles gratis moet zijn en dat mensen massaal jouw boek moeten gaan kopiëren en doorgeven?
-    Nee, dat vind ik niet.

Ik vind dat auteurs en de partijen die hen faciliteren recht hebben op een eerlijke vergoeding. Sterker nog: ik ben ervan overtuigd dat de lezer het met mij eens is.
Ik geloof niet dat muziekindustrie ten onder gaat aan de onbedwingbare drang van mensen om kunstenaars hun inkomen te ontnemen. Die drang bestaat simpelweg niet, en bijna niemand heeft er gelukkig lol in om te stelen. Ik denk dat de muziekindustrie ten onder gaat omdat zij enkel defensief gereageerd heeft op een onvermijdelijke evolutie. In plaats van de consument te bedienen heeft zij haar betutteld door die consument te frustreren in het consumeren en delen van zijn passie voor muziek. Door kopieerbeveiligingen, door verkeerde prijsstellingen. Daar heeft de industrie massaal van terug moeten komen, maar toen was het reeds te laat. DRM bestaat niet meer in de muziekwereld.

Ik geloof dat de consument begrijpt dat ik op zijn minst een béétje geld moet verdienen met mijn boeken, willen zij dat ik tijd vrij kan maken om er meer te schrijven. Ook een schrijver heeft een hypotheek, vrouw en kind. Ik heb – hoe naïef dat ook moge klinken – groot vertrouwen in de lezer. Koop mijn boek, deel het met anderen als je het mooi vindt. Ik geloof niet dat dit zal leiden tot massale kopieën, ik denk wel dat het ervoor zal zorgen dat meer mensen in contact komen met mijn werk en uiteindelijk ook – in fysieke en/of digitale vorm – tot meer verkoop, juist omdát het werk en het enthousiasme daarover zo makkelijk te delen valt in de digitale wereld.

Het kostte me best wat moeite om mijn uitgever daarvan te overtuigen. En dat begrijp ik. Het probleem is veel complexer dan ik in dit betoog kan uitleggen. Maar noch auteur, noch uitgever of boekhandel hebben er belang bij bij de pakken neer te blijven zitten. Dit is een testcase en ik ben erg benieuwd naar het resultaat.

Ik ga nog een stap verder wat de prijs van mijn e-book betreft: de downloader mag kiezen wat hij ervoor betaalt. 10 euro? 5 euro? 1 euro? Yep, Ivo Victoria doet een Radioheadje. Niet alleen denken mijn uitgever en ik dat dit een interessant experiment kan zijn om te zien wat de lezer over heeft voor een digitaal boek zonder gebruikersbeperkingen. Maar ook ben ik ervan overtuigd dat de inkomsten rechtvaardig zullen zijn. Want als je mijn boek niks waard vindt, waarom zou je het dan überhaupt willen downloaden en/of lezen?

Ik doe dit niet omdat ik denk dat het de beste oplossing is. Ik doe dit omdat ik denk dat alleen het anticiperen op en meedenken over een evolutie die onvermijdelijk is ervoor kan zorgen dat je er niet aan ten onder gaat. En omdat ik geloof dat het overgrote merendeel van de mensen goed zijn. Jaha, noem mij maar gek.

Lees ook het artikel in De Pers.

Mijn e-book is exclusief te bestellen via Ebook.nl

Win het tweede boek van Ivo Victoria. (Serieus).

Mensen, Sinterklaas ligt achter de rug dus persoonlijk vind ik dat het kerst is. En daar horen ook al kadootjes bij. Lucky you.

Mijn lieve uitgever vroeg mij of ik zin had om een kerstverhaal te schrijven. Dat zouden zij mooi vormgegeven in een hardcover boekje gieten en dat konden we dan naar hartelust kado doen aan mensen die eenzaam zijn met de kerst. Een schone gedachte. Dus dat wilde ik wel.

Het is een mooi verhaal geworden, vind ik zelf. Typisch zo eentje om met vriesweer bij het haardvuur te lezen en daar gezellig melancholisch gedeprimeerd van te raken. En het wordt nog veel mooier door de prachtige manier waarop het is uitgegeven. En het heeft een titel van welgeteld één letter lang gekregen - haalt allen opgelucht adem.

Kortom, we hebben het hier over een hebbedingetje. Een hebbedingetje dat helaas niet in de reguliere boekhandel te koop zal zijn. Maar dat in de komende weken wel op allerhande manieren te winnen zal zijn. En dit is de eerste manier: KLIK!

Succes ermee.

Iets met boeken en nog wat andere dingen.

Zaterdag was ik nog bij mijn moeder in Mortsel. 'Pas op voor die Leyers,' zei ze bij het afscheid. 'Die is van Kontich en hij heeft op de radio gezegd dat hij u gaat pakken.' Aldus geschiedde. Typisch het soort kleine overwinningen die je mensen uit Kontich met liefde gunt.

Maar het was fijn, gisteren in Iets Met Boeken al moet ik zeggen dat ik moeite had het zelf terug te kijken. De volgende keer ga ik proberen stil te blijven zitten; u had gelijk, meneer Yezerskiy.

De hele uitzending, inclusief het exclusief voor Cultura opgenomen voor- en naprogramma waarin auteurs en presentatoren wat langer voordragen uit favoriet eigen en andersmans werk (ik koos voor een stukje Bill Hicks, pardon my English), is uiteraard terug te kijken, tadaaah:

Get Microsoft Silverlight

Verder is Hoe ik nimmer... voor het eerst genomineerd voor een prijs en wel voor een Cutting Edge Award. Een kansloze strijd tegen kleppers als Lanoye en Koch maar we moeten ergens beginnen. Stemmen kan HIER. Ik heb met Koen Fillet afgesproken dat al zijn luisteraars op mij zullen stemmen en al mijn lezers op Feiten & Fillet dus werk effe mee, asjeblieft.

Iets met boeken, de nachtmerrie.

Ik was te gast in Iets Met Boeken en ik werd geïnterviewd door Jan Leyers. Naast hem zat Leon Verdonschot. Alles was normaal. Behalve dan dat er naast Jan Leyers een assistente zat, een vrouw van middelbare leeftijd die een opmerkelijke fysieke gelijkenis vertoonde met Hilde Keteleer. De hele tijd fluisterde ze Jan Leyers dingen in het oor. Gouden tips blijkbaar, want alle vragen van Jan Leyers gingen over komkommers. Dat irriteerde mij. Ook Leon Verdonschot wiebelde ongemakkelijk op zijn stoel. Na een tiental minuten komkommervragen, besloot ik in te grijpen. Per slot van rekening gaat Iets Met Boeken live; wat konden ze doen?

‘Zeg,’ zei ik tegen Jan Leyers. ‘Misschien typisch een muzikantenvraag maareh: kunnen we het misschien ook een beetje over muziek hebben?’
Want, o ja, ik zat niet als schrijver in Iets Met Boeken maar als muzikant. Noem het paradoxaal voor mij part.
Alleszins. Jan Leyers bleef hardnekkig doorgaan op de komkommerkwestie daarbij gesteund door de Hilde Keteleer-lookalike. Daarop besloten Leon Verdonschot en ik dat het welletjes was en we stapten uit de uitzending, verlieten de studio en gingen samen de stad in.

‘Leon, met alle respect maar serieus,' zei ik.
Leon Verdonschot haalde zijn schouders op en knikte.

We wandelden verder. Het was een uur of vier en de scholen liepen uit. Vrij ongebruikelijk voor een zondagmiddag maar soms heb je van die dagen. De straten vulden zich met scholieren. Sommigen van hen hadden zware ijzeren kettingen in de hand. De sfeer werd grimmig. Aan de overkant van de straat werd een type dat verdacht veel op Joost Vandecasteele leek helemaal in elkaar geramd.
‘En?’ schreeuwde een scholier hem toe. ‘Hoe voelt het nu om in je eigen fokking kortverhaal in elkaar geramd te worden?’ Even wilde ik hem nog corrigeren: het betrof hier uiteindelijk toch een weblogstukje over een nachtmerrie van Ivo Victoria maar alras dacht ik: ach, we moeten nu ook weer niet te technisch worden.

Snel ging ik op zoek naar gepast openbaar vervoer om de chaos te ontvluchten. Leon Verdonschot was ik uit het oog verloren. Op de hoek van de Linnaeusstraat en het Oosterpark sprong ik op een veerboot.
‘Gaat deze boot naar huis?’ vroeg ik aan mijn medepassagiers.
‘Nee, we doen alleen maar een rondje door Watergraafsmeer,’ antwoordde een bloedmooi Aziatisch meisje. Ze heette Billie. Ze streelde mijn arm. Zacht.

Toen werd ik wakker. Dat gebeurt mij nu eens altijd wanneer ik bijna gelukkig ben.

Straks live op NL2 (om 17.00h) en later vanavond op Canvas (om 22.35h): Iets Met Boeken, met Thomas Verbogt en Ivo Victoria. Ik voorzie gezelligheid.

Een laf verlangen.

Er is een moment. Een archetypisch moment dat mij volgt, als een schim.
 
Er is iets te krijgen, iets wat ik hebben wil. Het is snoep. Het is een vrijkaartje. Het is de naam van het meisje met de blonde krullen die voor mij staat te dansen naast iemand die ik ken. Maar ik durf niets te doen. Hoezeer ik het ook wil. Ik maak mezelf wijs dat dat niet nodig is. Dat is wat anderen doen. Ik doe de dingen op mijn manier. Ik duw of trek niet. Ik wil dat wat ik wil, maar niet zoals iedereen het wilt.
 
Het is laf verlangen, vermomd als superioriteitsgevoel.
 
En daar zat ik, deze middag, alweer niet op de eerste rij, met Lola Victoria op mijn schoot. Een Zwarte Piet rende ons met een zak vol pepernoten voorbij. Kinderen gilden blij. En ik zag Lola Victoria kijken. Ze ging heel hard kijken. En toen keek ze naar mij, en ik naar mezelf.
 
Ik wilde iets doen, ik stond al recht. Maar toen kwam de tweede Piet en die zag Lola wel zitten. Hij doorkruiste de menigte, de joelende kinderen, de hitsige moeders, de vaders die deze oproep nog echt even moesten nemen, tot bij ons. Hij goot haar handjes vol.
 
Lola was niet blij. Ze had wat ze wilde, op haar manier. Dat noemen wij ten huize Victoria: normaal.
 
Daarna riep de Sint Lola naar voren. Dat leidde tot een woedeaanval.
 
‘Wat wil je ook,’ zei Liefje achteraf. ‘Zij is helemaal niet bekend met die man!’
 
Een verklaring waar ik graag vrede mee nam.

Wintertuin Festival, een achterstallige impressie.

1.    Walter en ik gingen samen met de trein. Dus wij gingen in een coupé zitten, trokken onze iPhones en begonnen te twitteren dat we samen in de trein zaten. Anderhalf uur en een slordige zeven euro aan nieuwe iPhone-apps later stonden we op de kruising van de Groesbeekseweg en de Archipelstraat te Nijmegen. Daar moesten wij helemaal niet zijn, zo leerde Google maps ons. Sterker nog: er waren weinig plekken in Nijmegen waar wij zo hard niet moesten zijn als de kruising van de Groesbeekseweg en de Archipelstraat. Walter googlede een taxi en even later waren wij alsnog waar wij moesten zijn. Een tip voor als u bus 8 neemt vanaf Nijmegen Centraal: halte Burchtstraat bestaat niet.

2.    Ik liep het podium op, ik deed mijn move en de rest ging vanzelf. Gisteren was ik in Brussel en ik praatte er met een studente die ik ga helpen met haar eindwerk proza. Ik had, vond ik, best veel goeie tips. Maar ik ben vergeten haar te vertellen over het belang van een goeie move alvorens aan een literaire voordracht te beginnen. Ik heb een hele goeie move, dat bleek in Nijmegen nog maar eens.

3.    Nadat de optredens waren afgelopen volgde de show-down met Het Meisje. Er kwam bier bij kijken en ik kreeg alle personages van haar blog voorgesteld.
‘Kijk,’ zei ze. ‘Dat is Maus. En daar loopt de huisgenote.’
‘En de Hooiman?’ vroeg ik. ‘Is die er ook?’
‘De Hooiman bestaat niet,’ zei Het Meisje. Ze leek zelf ook een beetje teleurgesteld. Daarna kwam er nog meer bier en toen ook D’n Lee arriveerde, dreigde de avond in een noodtempo op legendarisch af te stevenen totdat ik mezelf eraan herinnerde dat ik de volgende dag ook nog dronken moest worden op de grote Maaike Schutten zondagmiddagsushiborrel. Dus ik droop af naar het hotel, een wel heel flatterend overstatement voor de dump die men in Nijmegen het City Park Hotel noemt.

4.    De balans van de avond: ik treinde met Walter, ik las voor met Maartje Wortel en Pia de Jong, ik schudde de handen van Nico Dijkshoorn, P.F. Thomese en Saskia De Coster, wiens politieke speech ik beluisterde nadat Walter de zijne had gedaan en voordat Joeri Vos die twee ondanks hun respectievelijke zeer verdienstelijke pogingen helemaal van het podium speechte, ik kletste vrijblijvend met Els Moors, Rutger, Miss Yvy, Zjack – die mij haar boek deed hersigneren omdat ik het de eerste keer niet goed genoeg gedaan had, hallo – ik groette Nasja Covers die ik daags nadien op station Den Bosch compleet zou negeren omdat ik te katerig was om sociaal te zijn (sorry Nasja!) en daarna stortte ik in op een bed in een derderangs hotel waar ik op een jaren ’70 tv de herhalingen van de voetbalsamenvattingen probeerde te zien, alleen bleef de bal onzichtbaar omdat hij sneller ging dan de resolutie van het scherm kon bevatten. Kortom, topweekend en de sushi van Maaike Schutten op zondag was zo goed dat ik Lola maar heb tegengehouden toen ze kleine T. in elkaar wilde gaan rammen. Dat kan altijd een volgende keer nog.