Iets met boeken.

De ochtend begon met een pakje dat boven op de brievenbus lag. Het went niet, kan ik u melden. Wel jammer dat ik het TNT-mannetje gemist had. Het TNT-mannetje was goed op weg om een traditie te worden en ik hou van tradities.

Verder is het nieuws van de dag dat ik volgende week zondag 6 december in een heus televisieprogramma te gast ben: Iets met boeken. Dat wordt live uitgezonden en wel om 17h op Nederland 2 vanuit de Desmet studio's in Amsterdam. Later op de avond wordt het programma herhaald op Canvas en je kan het ook op Cultura volgen. Er is trouwens een voorprogramma (vanaf 16.30h) en een naprogramma voor het aanwezige levende publiek dus: u kan er bij zijn. Laat ons zeggen dat ik 2 x 2 mensen onder u uitnodig en dat we daar een ouderwetse prijsvraag aan verbinden en dat de prijsvraag is dat wie de beste prijsvraag verzint en deze in de comments achterlaat, de prijsvraag wint. Is dat wat?

Oh ja, de andere gast volgende week is Thomas Verbogt. Ik ben zijn laatste roman, 'Verdwenen tijd', aan het lezen: aanradertje!

Dan weet u dat.

Als u werkelijk wil weten waar ik zo allemaal mee bezig ben – ik zeg niet dat dat zo is, maar het zou kunnen – dan kan u mij beter volgen op Twitter want ik heb deze dagen nauwelijks tijd om meer dan 140 tekens te schrijven. Quod erat demonstrandum.

Maar goed. Afgelopen dinsdag was ik in Londen op bezoek bij deze meneer. Heeft iets te maken met de tijd van het jaar. Ik had daar een prachtig verhaal over klaar zitten in mijn hoofd. Maar ja. Nu is het al vrijdag. Dus ik zal mij beperken tot wat tips. Als u ooit in het Wolseley Hotel gaat lunchen, dan moet u twee dingen doen: beroemd worden en de schnitzel kiezen. En mocht u ooit het vliegtuig missen op Stansted: de seafood bar heeft een uitstekende Sancerre in huis en daar tik je met zijn drieën makkelijk twee flesjes van weg onder het genot van een stukje Schotse zalm. Ik heb dat zelf als leed verzachtend ervaren. Dan weet u dat.

Morgen daarentegen onderneem ik alweer een verre trip, dit keer naar Nijmegen, alwaar ik samen met Pia de Jong en Maartje Wortel ga voorlezen in het debuutprogramma van het Wintertuin Festival in het Lindenberghtheater. Om half negen. Ik heb speciaal om Maartje een plezier te doen een nieuw paar gympen gekocht – dus dat wordt reuzegezellig, niet in het minst omdat Het Meisje en ik besloten hebben dat het tijd wordt elkaar in het echte leven te ontmoeten al zijn we het erover eens dat dat alleen maar kan tegenvallen. Kortom, de spanning.

Ik blijf die avond slapen in Nijmegen want er gebeuren daar nog heel veel andere leuke dingen die ik wil zien en je weet nooit of ik onderweg zomaar ergens een goeie fles Sancerre tegen het lijf loop. Dat zal je altijd zien.

Overigens treed ik volgend weekend ook op, ergens in Amsterdam, en wel voor zoveel publiek dat je er met wat geluk een paar keer de Arena mee zou kunnen vullen, alleen mag ik daar nu helemaal nog niets over zeggen. Ik geef u – nu ik toch in de stemming ben – 1 tip: ik zal er geen plakbaard of gek hoedje voor op moeten zetten. Spannend, hé. En u kan erbij zijn. Maandag meer.

De nieuwe hippie.

Toen ik na afloop van mijn memorabele, voor een zeer exclusief publiek volbrachte, performance in het Van Gogh Museum terugfietste naar huis, kwam ik weer lang het Tropentheater – waar ik de rest van de dag had doorgebracht op het fenomenale TEDx-gebeuren. Daar had ik een kaartje voor bemachtigd door de eer te hebben gehad een bijdrage te mogen leveren aan het TEDx-boek. Soms ben je trots om voor iets gevraagd te worden en dan geven ze je een cadeautje toe. Soms.
 
Buiten stonden een paar mensen waar ik eerder ook had staan roken en dromen. Ik zuchtte. Bij het stoplicht stond Joris Luyendijk, die TEDx gepresenteerd had – hij was ook met de fiets.
 
Ik stopte naast hem en ik dacht: nu moet ik wat zeggen. Ik moet hem feliciteren. Bedanken voor een mooie dag. Misschien kameraadschappelijk op de schouder slaan, zoals ik 's ochtends de mij onbekende man naast me kameraadschappelijk op de schouder had geslagen nadat het even dubbelzinnige als ontroerende verhaal van Gary Carter hem tot tranen toe had bewogen.
 
Ergens halverwege de dag was Joris Luyendijk op het podium even uit zijn rol van presentator gestapt om te zeggen hoe geweldig hij het vond om zoveel positiviteit, ideeën en creativiteit bij elkaar te zien. Hoe fijn het was om te zien dat het cynisme en het sloganeske paniekvoetbal dat Nederland nu al een jaartje of 5 in de greep houdt, hem bijna had doen vergeten dat ze nog bestonden: mensen met plannen, mensen met passie, mensen met expertise, mensen met een hart – en bovenal: mensen die een combinatie van al die dingen in zich droegen. En ik zat te kijken, met 400 gelukkigen, en ik keek om mij heen, en ik zag al die mensen zitten en ik dacht: zo is het. Wij zijn de nieuwe hippies en gelukkig maar – want dan komt er dit keer misschien wel wat van. Zo'n dag.
 
Het licht sprong op groen en samen fietsten Joris Luyendijk en ik de nacht in. Hij in de richting van Artis en ik naar Sporenburg, mezelf de rest van de route voor het hoofd slaand dat ik mijn mond gehouden had.
 
Want wat dat betreft zette Merlijn Twaalfhoven in zijn speech iedereen tussen neus en lippen door weer netjes met beide voeten op de grond: ideeën zijn er al sinds tijden meer dan genoeg. Hoog tijd om er af en toe eens eentje te realiseren.

Tot slot wil ik nog iets kwijt over Mabel van Oranje. Ik liep haar een keer of twee bijna tegen het lijf, letterlijk, en jammer genoeg. Want ik zeg u: het was dan misschien niet allemaal legaal, maar die Klaas Bruinsma wist verdomd goed waar hij mee bezig was.

En nu allemaal de wereld redden, en rap een beetje.

Ivo Victoria schrijft Vincent Van Gogh.

Aanstaande vrijdagavond ben ik te gast in het Van Gogh Museum. Daar zal ik, hopelijk ter uwer vermaak en wellicht tot grote verwarring van de aanwezige Japanners, een brief voorlezen die ik momenteel aan het schrijven ben aan onze Vincent.

Een opdracht die ik als eervol, doch ook als bijzonder moeilijk ervaar. Ik heb mij namelijk voorgenomen onze Vincent van goed advies op amoureus vlak te voorzien. Rijkelijk laat, want een echte Don Juan zal hij wellicht nooit meer worden. Maar uit de talrijke brieven aan zijn broer Theo die ik heb mogen lezen, bleek dat hij het wel erg gortig maakte wanneer het erop aan kwam op onhandige wijze vrouwen te versieren die hij niet kon krijgen. Daar moest iets aan gedaan worden, desnoods in retrospectief.

Ik zou zeggen: kom kijken! Het programma, met ook Le Nu Perdu en DJ x-o-x vindt u HIER.

En geen idee of ze er bij het Van Gogh Museum blij mee zullen zijn maar ik had bedacht dat ik best wel 2 x 2 gastenlijstplekken kon weggeven voor deze gezellige avond. In het kader van deze discussie zou ik zeggen: voor de twee aller-aller-geestigste Van Gogh-witzen die ik voor donderdag 12h in de reacties van dit weblog terug vind. Het mag iets met een oor zijn, tuurlijk.

Leef Lang!

Afgelopen zondag werd de eerste aflevering van het Vlaamse Radio 1-programma Leef Lang! waaraan ik heb meegewerkt uitgezonden. Het thema was: hoe leef je met boeken. En mijn fijne partners in crime waren de Vitalski, Joost Vandecasteele en Bart Van Loo.

Hoogtepunt in de uitzending vind ik zelf het moment waarop Joost Vandecasteele zegt dat hij niet zeker is of hij mij aan zou kunnen in een gevecht van man tot man.

Je kan de uitzending hier herbeluisteren. Volgende zondag doe ik weer mee, dan hebben we het over hoe je een held kan worden. Een onderwerp waar ik, zoals u weet, alles vanaf weet.

De Nachten: ik zou er iets over willen schrijven maar ik ben te moe.

Gekkenhuis.

En zo kwam ik vandaag, op de verjaardag van dit lieve weblog, ook zomaar te weten dat ivovictoria.com genomineerd is voor een Dutch Bloggie, de Oscar van de blogosfeer, en nog wel in de categorie Best Geschreven Weblog. U kan niet stemmen want anders zou ik zeggen: stem voor Bijzinnen - dat is namelijk écht de beste. Afijn. Gekkenhuis.

Om dat bij wijze van geen enkel verband houdend bruggetje te vieren: het onvolprezen Lowlands Festival geeft 1 gesigneerd exemplaar van mijn boek weg en dat doen ze HIER. Succes ermee.

Twee november, 2004 / 2005.

Vandaag bestaat dit weblog vier jaar. Dat wil zeggen dat Theo van Gogh vijf jaar dood is. Of het toeval was dat ik exact 1 jaar na de moord mijn eerste stukje plaatste, (tenminste, het eerste officiële, er was ook een min één-stukje namelijk), is moeilijk te zeggen. Ik geloof het niet, en ik heb nog steeds weinig toe te voegen aan wat ik toen publiceerde.
 
Ik herinner me dat ik die dag met de auto langs het Tropentheater reed in de richting van de Wibautstraat, en dat ik precies ter hoogte van de Linnaeustraat op de radio hoorde wat er zich linksaf, 500 meter verderop, had afgespeeld.
Ik herinner me ook een collega, een grote stoere kerel, die met tranen van woede in de ogen zijn eigen bureau in elkaar aan het trappen was toen ik op kantoor arriveerde.
 
Ondertussen zijn we een dikke vijfhonderd blogjes verder. Via dit weblog leerde ik mijzelf een beetje schrijven, of alleszins: het hield me aan het schrijven en we weten allemaal wat daar van gekomen is. Vooralsnog voel ik geen enkele noodzaak om ermee te stoppen. Dit is mijn kladblok en ik publiceer wat ik wil, wanneer ik wil; er zijn geen criteria met betrekking tot regelmaat, vorm of kwaliteit. Dat hier momenteel een paar honderd mensen per dag langs komen, in plaats van een paar tientallen – zoals een jaartje geleden – verandert daar niks aan. Ik heb de voorbije vier jaar zoveel fijne mensen en dingen leren kennen en meegemaakt dankzij dit blog, dat ik wel gek zou zijn om het nu over een andere boeg te gooien.

De rest van Nederland, daarentegen, heeft sinds dit weekend een wetenschappelijke basis om het over een andere boeg te gooien. Ik ben benieuwd.