Ik ben een hitparadegenoteerde (is dat een woord?) artiest.

Ik had bijna een normaal weblogstukje klaar, toen er allerlei berichten mij bereikten. Dat het boek op 5 stond in de HUMO top-10 verkooplijst fictie, bijvoorbeeld. Waarbij het op eervolle wijze wordt afgetroefd door drie boeken van Stieg Larsson en dat ene van Paolo Giordano. Ook staat het boek op nummer 90 in de boek.be top 100. Dat lijkt heel wat matiger. Maar in acht nemende dat die top 100 ook toegang verleent tot de nieuwe Kiekeboe (op 1), Recht voor verpleegkundigen en vroedvrouwen (op 23), een boek geschreven door Piet Huysentruyt (op 2 - hallo Vlaanderen, gaat het nog een beetje?) en andere bestsellers zoals het Prisma Woordenboek Nederlands - Frans (op 31), meen ik te kunnen stellen dat die nr. 90-notering wellicht een grotere prestatie is dan de nr. 5 in Humo.

Nou ja. Prestatie. Het is natuurlijk geen prestatie. Het is raar. Zonet werd daar even heel erg over getwitterd door een handvol twitterende schrijvers. Daaruit bleek dat ook andere auteurs het een vreemd gegeven vinden dat mensen die geen familie of vrienden zijn, hun boeken kopen. Ik hoop dat het nooit went.

Verder werpt het natuurlijk de vraag op hoe mijn leven zich verder zal ontwikkelen, nu ik een  hitparadegenoteerde artiest ben. Vooralsnog is slechts duidelijk dat ook hitparadegenoteerde artiesten hun dochter voor half 7 van de creche moeten afhalen. Dus dat ga ik nu doen. Maar niet voordat ik u nog laten weten dat er vanavond een recensie van het boek in Het Parool staat: 4 sterren en een veelvoud daarvan aan mooie woorden. Je hebt van die dagen.

Goed. Speen: check. Tanden gepoetst (want al 3 bier op): check. Brikje dubbelfris: check.

Metro Belgie.

De week begon zoals de vorige eindigde: met het voornemen om weer eens een normaal weblogstukje te schrijven. Een voornemen dat onderuit werd gehaald door een recensie van het boek die vandaag in de Belgische Metro staat.

Ik ben nu zover dat ik niet meer elke recensie van het boek naar mijn moeder mail. Dat had ik van tevoren niet durven dromen.

Ondertussen, in meningenland.

Alsof zij speciaal waren ingehuurd om de week op passende wijze af te sluiten, arriveerden vanmiddag nog twee recensies. Eentje in Veronica Magazine en eentje van de hand van de Wereldomroep. Twee media die weinig met elkaar delen, behalve dan hun mening over mijn boek.

Trouwens, Victoria, wordt het niet eens tijd dat jij hier weer wat normale blogstukjes gaat schrijven? U hebt gelijk.

De Laatste Show.

Aldus geschiedde dat ik gisteravond op instructie van mijn uitgever post vatte voor het televisietoestel voor een aflevering van De Laatste Show. Alras verscheen Dimitri Leue in beeld met mijn boek in de hand en hij sprak er mooie woorden over. Tevens ontmaskerde hij mij. Een ontmaskering die nauwelijks nog nieuwswaarde heeft geloof ik, maar nieuwswaarde is al lang geen intrinsiek gegeven meer. Nieuwswaarde komt voort uit hoe je het brengt. En Dimitri Leue bracht het erg goed.

Het klopt dat Dimitri ook op het college zat waarvan sprake in het boek. En dat wij op dezelfde Edegemse en Hovense fuiven rond hingen. Sterker nog: Dimitri Leue en ik hebben zelfs één seizoen lang gevoetbald in hetzelfde elftal, namelijk de reserven van KFC St. Michiel, de oudste voetbalclub van het Vlaams Katholiek Sportverbond op wiens terreinen de buitenopnames van F.C. De Kampioenen plaats vonden. Serieus.

Dimitri had geen perfecte balbehandeling - geef mij een kans om een eufemisme te bezigen en ik pak ze - maar hij kon verschrikkelijk hard lopen. Na één seizoen hield hij het voor bekeken. Pas toen een jaar later de film Team Spirit uitkwam, had ik door dat hij aan research gedaan had. Dat vond ik allerminst een belediging. Archetypischer dan de reserven van St. Michiel kan een voetbalelftal niet worden. Ik zou nooit in een elftal willen spelen dat bijvoorbeeld altijd met 11 spelers aan een wedstrijd begint, met ook nog spelers op de bank. De reserven van St. Michiel hadden zelden reserven, en onder een voorbeeldige wedstrijdmentaliteit verstonden wij: wachten met roken en drinken tot aan de rust. Lap. Als ik niet oplet, komt hier weer weemoed van.

Ik had overigens graag gelinkt naar het praatje van Dimitri in de Laatste Show, maar u zal het moeten doen met deze link naar de 17e eeuwse website van dat programma.

UPDATE: zoals BerD in de reacties terecht opmerkt: het Laatste Show-fragment is wel terug te vinden on line en wel HIER , vanaf minuut 4.25 ongeveer begint Dimitri Leue met zijn doordachte analyse van het boek.

Mezzo.

De weg van Brussel Centraal naar de VRT is welbeschouwd niets meer dan een lange rij nachtwinkels, af en toe onderbroken door een Turkse bakker, een paar ingeslagen ruiten of een wasserette. Soms ook een wasserette met twee ingeslagen ruiten waar ze on the side brood verkopen. Ik heb niets tegen de multiculturele samenleving, sterker nog: ik ben er een exponent van. Maar men kan bezwaarlijk ontkennen dat de invloed van de multiculturele samenleving op onze steden vanuit esthetisch oogpunt in sommige gevallen vernietigend is.

Ik hoor u al sputteren: en de fermettes dan, die hebben we toch gewoon zelf bedacht!? En u hebt gelijk. Ik zwijg erover.

Dit enkel om te zeggen dat ik met de taxi van Brussel Centraal naar de VRT reed. Daar deed ik een interview voor het radioprogramma Mezzo dat vandaag of morgen wordt uitgezonden – ze wisten het nog niet maar ze komen er vast uit. dat ondertussen ook is uitgezonden. U kan het hier beluisteren.

Toen ik terug naar het station werd gereden, kloeg de taxichauffeur over het verkeer. Net zoals de chauffeur die me bracht dat gedaan had. Maar ik had geen problemen met het verkeer. Ik genoot. Het voelde als thuis komen. Er werd links ingehaald, rechts afgesneden, er gingen raampjes open, mensen riepen, mensen lachten, mensen die hun richtingaanwijzers gebruikten werden uitgelachen en ik had nog uren op dat heerlijke Meiserplein kunnen rond zigzaggen om te kijken of we echt niemand zouden raken. Het Meiserplein, lieve Nederlanders, is een soort open vlakte, vlakbij de VRT waar verkeer uit 8 verschillende richtingen samenkomt en bij de gratie Gods ook weer een nieuwe richting kiest en vindt en niemand weet hoe.

Het verkeer in Brussel was al van Serie A niveau en het wordt steeds beter. Er zijn mensen die het gevaarlijk vinden. Ik ervaar het als harmonieus. Organisch. Het zal aan mij liggen. Tenminste, dat hoop ik. 

Bij aankomst in Amsterdam, trof ik de chauffeur van TNT bij de voordeur aan. Hij gaf me dit. Sympathieke man.

Humo en De Nachten.

Vandaag staat er een recensie van het boek in Vlaanderens populairste weekblad: Humo. Ook zag ik dat de inschrijvingen voor Humo's Rock Rally 2010 alweer begonnen zijn. My Bike's Blue, de rockband die in het boek voorkomt, heeft de preselecties van die Rock Rally nooit gehaald. Dat was een grote frustratie (overigens was het nummer 'Frustration', dat helaas niet het boek gehaald heeft, een My Bike's Blue classic) die in retrospectieve wellicht mede tot de split van de band geleid heeft. Knappe jongen evenwel die mij gefrustreerd krijgt over de boekrecensie die vandaag in Humo's boekenrubriek staat afgedrukt. Klikt u vooral op het plaatje.

2009-09/humo15092009.png

Tevens is vandaag bekend gemaakt dat ik (en nog heeeeel veeeeel andere fijne mensen trouwens) in november optreed op De Nachten in de Antwerpse Singel. Daar ben ik heel blij om. Vroeger, toen alles nog kon, ging ik altijd naar De Nachten, met name om er te proberen intellectuele kunstmeisjes te versieren. Dat lukte natuurlijk nooit want dat soort meisjes valt op oudere mannen. En kijk - alsof de duivel ermee gemoeid is - nu ik eindelijk een oudere man ben, sta ik op De Nachten. Nu nog op subtiele wijze vermijden dat Liefje mee wil.

Overigens heb ik de knop Ivo Victoria In Het Echt grondig geupdated, dus u kan mij ook nog op andere plaatsen tegenkomen - hou daar rekening mee.

Afgelopen zaterdagnacht gebeurde er niets.

Achteraf zei iedereen tegen me: ‘Waarom deed je het licht niet aan?’
 
Maar ik stond in mijn onderbroek in de donkere gang die naar onze voordeur leidt en ik was te druk met bang zijn terwijl ik vaststelde hoe 4 jonge mannen het hek van onze carport open trokken en tot aan die voordeur liepen. Die van glas is.
 
Achteraf zei iedereen tegen me: ‘Heb je er wat van gezegd?’
 
Maar ik stond in mijn onderbroek in de donkere gang die naar onze glazen voordeur leidt en ik was vast van plan vanalles te doen behalve het licht aandoen of de voordeur openen en er wat van zeggen. Want naakt, in slechts een onderbroek, dwing ik alleen gezag af bij kleine meisjes. En dat is al triest genoeg.
 
Achteraf zei iedereen tegen me: ‘Ze zijn altijd zo traag, he’.
 
Maar ik vond dat ze er snel waren, de politie. Binnen tien minuten. Niet dat die 4 jonge mannen toen nog in de carport stonden, en ook niet verderop op het Tindalplein waar ze een meisje van haar fiets trokken. Nee, ze waren natuurlijk al lang in de volgende wijk aan het etteren. Maar alles wat in de carport stond, stond er nog, onbeschadigd.
 
Er was eigenlijk niks gebeurd. Maar het had gekund. En het bleek dat de adrenaline in mijn lijf bijzonder veel moeite had om dat wat had gekund te verwerken. Vijf glazen rum en 3 uur later sliep ik eindelijk in. Binnen handbereik naast mijn bed: een lege fles wijn, een fototoestel en een videocamera. Ik hield mijn sokken aan.
 
De volgende dag dacht ik aan Liefje en ik wist precies wat ze zou zeggen. Dus toen ik haar belde, zei ik: ‘Ik heb vandaag het slot van het hek van de carport laten maken’.

Wennen.

Gisteravond was ik op mijn eerste literaire avond. Ja, mensen, het is wennen voor alle betrokken partijen.
 
Het interview ging goed. We zaten met zijn drieën aan een tafel en de interviewer stelde geen vragen. Ik wist dat die tijd voorbij was. Interviews draaien niet meer om het beantwoorden van vragen. Ik zal er nooit aan wennen. Maar goed. We lazen alledrie een stukje voor en probeerden met vereende krachten de opmerkingen van de interviewer te beantwoorden. Terwijl David van haar biertje nipte, streelde Maartje onder tafel mijn knie en fluisterde: ‘Coole schoenen.’ Later zal ik zeggen dat het daar en dan was dat ik fan werd van Maartje Wortel.
Daarna las iemand een lange column voor die ik helaas niet kon begrijpen omdat ik niet over de vereiste voorkennis beschikte.
 
Tijdens de pauze belde ik Liefje. Ze vertelde dat Lola Victoria vandaag voor het eerst een zandkasteel gebouwd had, samen met Opa en Oma. Ik kon wel huilen. Ik wilde de eerste zijn die een zandkasteel bouwde met Lola Victoria, ook al weet ik dat ze vast heel streng voor me zou zijn geweest.
‘Hoe is je literaire avond?’ vroeg Liefje.
‘Ik denk dat ik eraan zal moeten wennen,’ zei ik.
 
De rest van de avond pendelden David en ik tussen de zaal en een roze houten bank op straat waar sigaretten mochten gerookt worden. Op een gegeven moment rookte ik twee sigaretten na elkaar. In de zaal werd gediscussieerd over wat literatuur vermag en wat literatuur zou moeten zijn. Ik beloof hier en nu plechtig dat ik mij nimmer in deze discussie zal mengen. Daar mag u mij op pakken. En hard ook.
 
Aan het eind van de avond liep ik naar mijn fiets die bij de Brakke Grond stond want die fiets is zo mooi (oeh mensen echt, check die fiets) dat ik hem altijd aan iets vast wil zetten. Ik laat deze fiets niet los vast staan. Dat u dat weet. Dus ik liep naar mijn fiets en toen hoorde ik achter me het onhandige tikken van iemand die probeerde te rennen op schoenen met hakken. Ik draaide me om. Het was een heel mooi meisje.
 
‘Hey,’ riep ze. ‘Ik loop achter je aan.’
‘Zo,’ zei ik. ‘Daar kan ik wel aan wennen.’

De Spits.

Het was me bijna ontgaan maar zonet wees een sympathieke peer mij erop dat er gisteren een recensie van het boek in de Spits stond en daarmee bedoel ik de krant, niet de positie die ik normaal gesproken inneem in een voetbalelftal. Dit bijzonder flauwe grapje gemaakt hebbende, zou ik durven zeggen dat deze recensie niets te kort komt aan scorend vermogen. Haha!

Amsterdam.

Ik zei het vooraf nog tegen iemand die ik mij door omstandigheden niet meer kan herinneren: als ik morgen nog een boekpresentatie zou hebben, dan zou ik pas echt pieken. Maar dat blijkt nu een grote leugen, want het was gisteren in Amsterdam even leuk als ik nu brak ben. Vandaag nog een boekpresentatie, zou mijn dood betekenen. Een mooie dood, dat wel.

Het was een fijne dag op Manuscripta. Eerst werd ik geinterviewd door NRC-journaliste Margot Dijkgraaf. Men had mij bezworen haar naam niet met zachte g uit te spreken want dan zou ze boos worden. Ze werd niet boos. Daarna liep ik wat rond en ontmoette ik mensen die ik niet persoonlijk kende, en die toch mijn boek gekocht hadden. Gekkenhuis. Tot slot verloor ik tot tweemaal toe zwaar met het Holland Sport fietsspel alvorens helemaal uitgeput op mijn eigen boekpresentatie aan te komen. Maar oeh wat was het fijn. Iedereen was er. Nee, serieus, iedereen. En Walter, die het eerste exemplaar en een stinkende wielertrui van mij kreeg omdat hij dat verdiende.

Ow, men, en check die fiets.

Edegem.

Ik zou hier uitgebreid kunnen gaan vertellen hoe de Belgische presentatie van mijn boek ging, gisteren, op de Jaarmarkt van Edegem. En hoe fijn mijn lieve redactrice Wanda over mij sprak, en hoe geweldig het was dat Stijn Meuris wilde komen om het eerste exemplaar in ontvangst te nemen, en hoe waar en geestig zijn speech vervolgens was, en hoe ik voor het eerst in meer dan 20 jaar Dries terugzag (en dat hij er goed uitzag) en hoe ik naar mijn gevoel 329 boeken gesigneerd heb en hoe dat maar niet wilde wennen.

Maar soms zegt 1 beeld meer dan duizend woorden - klik!

2009-09/ivo_wielertoeristen1500.jpg

De Standaard.

Vandaag staat er een recensie van het boek in de Belgische krant De Standaard. Ik heb slechtere ochtenden gekend dan deze. Ook is het boek binnengekomen in hun tiplijst. Zoals u weet, heb ik er altijd voor gepleit dat u vooral zelf uw eigen mening zou vormen. Ik begin daar stilaan van terug te komen.

2009-09/tips_standaard320.jpg

Vanavond vanaf 19h ben ik een uur lang te gast bij Kunststof op de Nederlandse Radio 1. Als het voorgesprek dat ik gisteren met de redacteur van dienst had een betrouwbare indicatie is, dan kan u vanavond dingen over mij te weten komen die ik zelf nog niet wist.

P.S.: ow, ja, voor ik het vergeet: vanaf vandaag ligt het boek in de boekhandel. De eerste die mij een foto mailt van het boek in een echte winkel, krijgt 'm van mij. UPDATE: Yvette Gumbs heeft gewonnen met deze foto genomen te Boekhandel Dekker van de Vegt in Nijmegen. Gefeliciteerd!

Knack.

Vandaag staat er een recensie van het boek in het Vlaamse weekblad Knack. Je zou nog vergeten dat het ding helemaal niet in de winkel ligt. Vanaf vrijdag, mensen, vanaf vrijdag (ook in Belgie). Maar goed, een recensie in Knack dus, die ik ervaar als een schouderklop van een coach die je wisselt na 75 minuten.