Martin Bril

Gisterenmiddag zat ik in Onassis, een strak ingericht restaurant aan het IJ. Alles in tinten van rood, zwart en bruin. Lederen kuipstoeltjes, serveersters op fotomodel-niveau. Lekker eten wordt dan al snel bijzaak. De patron, donker Armani-pak, zei `dat alles mogelijk was` op een toon die ons collectief deed besluiten voor de dagschotel te kiezen. Terwijl de adjunct-hoofdredacteur van een Belangrijke Krant - het wordt stilaan een contradictio in terminis, Belangrijke Krant, dat is waar, maar alla, for ol`times sake dan - mij uitlegde welke synergie hij voor ogen had met zijn plannen ten aanzien van Ons Evenement, zag ik hem zitten. Martin Bril. Haren in de war, peinzende blik, beetje nors. Hij zat daar blijkbaar al een tijdje en de rekening wilde maar niet komen. Toen stond hij op, trok zijn lange grijze jas aan en slofte dan maar zelf naar de kassa. Het Armani-pak rekende af, even ontstond er discussie, ik kon niet horen waarover. Daarna ging Martin Bril naar huis. Stukje schrijven, wellicht.

Wanneer ik `s ochtends wakker word, zijn er 5 dingen die ik altijd in dezelfde volgorde doe.
1. Ik doe een kamerjas en een lange joggingbroek aan.
2. Ik vul mijn caffettiera met een mengeling van Lavazza en Kimbo waarvan ik het geheim mee in mijn graf zal nemen en zet het op het vuur.
3. Ik haal de krant uit de brievenbus.
4. Ik schenk een kop koffie in. Een klontje rietsuiker.
5. Ik ga, met kop koffie en krant, op toilet zitten en lees eerst de sport en dan Martin Bril.

Vanochtend situeerde het stukje van Martin Bril zich in restaurant Onassis. Zo werd het in uitgesteld relais alsnog een mooie lunch. Want ik had met de rug naar het IJ gezeten en Martin Bril niet. Hij ziet sowieso toch al meer dan ik. Wat wil je ook, met zo`n naam.